ECLI:NL:RVS:2011:BT1935
Raad van State · 13-09-2011 · zaaknummer 201107448/1/V3
Inhoudsindicatie
Ter zitting van de rechtbank op 16 juni 2011 heeft de minister verklaard dat er nog altijd uitzettingen naar Noord-Somalië plaatsvinden. De vreemdeling heeft die stelling weersproken door onder meer een beroep te doen op de van de minister afkomstige landgebonden informatie. In die informatie staat vermeld dat, voor zover thans van belang, met ingang van begin januari 2010 de gedwongen terugkeer naar Somaliland niet mogelijk is omdat de uitvoering van het MoU door de autoriteiten is opgeschort. De minister heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht waaruit kan worden afgeleid dat ten tijde van de inbewaringstelling van de vreemdeling sprake was van nieuwe ontwikkelingen ten opzichte van bovenbedoelde landgebonden informatie en de hiervoor onder 2.1.1. vermelde uitspraak. Derhalve bestond ten tijde van het opleggen van de maatregel van bewaring geen redelijk vooruitzicht op verwijdering van de vreemdeling naar Somaliland. Gelet hierop had de rechtbank niet zonder een nadere motivering van de minister tot het bestreden oordeel kunnen komen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
