ECLI:NL:RVS:2011:BR6663
Raad van State · 30-08-2011 · zaaknummer 201105761/1/V3
Inhoudsindicatie
Uitgaande van hetgeen de minister ter zitting heeft betoogd, dient ervan te worden uitgegaan dat, anders dan in paragraaf A6/1.5, onder c, van de Vc 2000 is vermeld, ingevolge artikel 16a, tweede lid, van de Bjj, zoals dat luidde ten tijde van belang, de maximale termijn gedurende welke de vreemdeling in een politiecel mocht verblijven voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende maatregel, drie dagen bedraagt. (…) De strafrechtelijke inverzekeringstelling is, gelet op het bepaalde in artikel 1, aanhef en onder p, van de Bjj, zoals dat luidde ten tijde van belang, geen vrijheidsbenemende maatregel. Gelet hierop moet worden geoordeeld dat de Bjj niet op de strafrechtelijke inverzekeringstelling ziet. De duur van de strafrechtelijke inverzekeringstelling kan daarom niet worden meegenomen bij de berekening van de in artikel 16a, tweede lid, van de Bjj, zoals dat luidde ten tijde van belang, genoemde maximumtermijn van drie dagen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
