ECLI:NL:RVS:2011:BR6660
Raad van State · 31-08-2011 · zaaknummer 201007322/1/V3
Inhoudsindicatie
De minister heeft zich in het besluit van 21 januari 2009, en het daarin ingelaste voornemen daartoe, niet ondubbelzinnig uitgelaten over de vraag of de door de vreemdeling gestelde gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Gelet daarop moet het ervoor worden gehouden dat de minister bij de door hem verrichte beoordeling ervan is uitgegaan dat de door de vreemdeling aan zijn asielrelaas ten grondslag gelegde feiten zich hebben voorgedaan, (…). Er bestaat daarom geen grond voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat de minister deze gestelde gebeurtenissen voor geloofwaardig heeft gehouden. (…) Het arrestatiebevel betreft een kopie aan de hand waarvan niet kan worden vastgesteld of het document is opgemaakt door een daartoe bevoegde instantie. Voorts is het verband tussen het arrestatiebevel en zijn asielrelaas niet voldoende gebleken. Gelet hierop, bestaat er geen grond om deze stukken bij de beoordeling te betrekken. (…) De vreemdeling heeft aldus nieuwe asielmotieven aangevoerd, die geen verband houden met het in het kader van de aanvraag afgelegde asielrelaas. Artikel 8:69, eerste lid, van de Awb noch artikel 83 van de Vw 2000 heeft hierop betrekking, zodat beoordeling van die motieven en de dienaangaande overgelegde stukken niet in de onderhavige procedure kan plaatsvinden.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
