ECLI:NL:RVS:2011:BR5907
Raad van State · 24-08-2011 · zaaknummer 201106577/3/V4
Inhoudsindicatie
Naar voorlopig oordeel van de voorzitter, heeft de minister zijn standpunt dat het Italiaanse verzoek van 16 februari 2010 [om een afschrift van de Eurodac Hit Search of de vingerafdrukken van de vreemdeling teneinde zijn identiteit te kunnen vaststellen] niet kan worden aangemerkt als een reactie als bedoeld in artikel 20, eerste lid, aanhef en onder c, van de Verordening, onvoldoende gemotiveerd. Nog daargelaten dat Italië op grond van artikel 20, eerste lid, aanhef en onder b, van de Verordening verplicht was de bij het terugnameverzoek aangeleverde gegevens te verifiëren, kan de stelling van de minister dat voor het verzoek van Italië geen aanleiding was, niet leiden tot een ander oordeel, reeds omdat bij de Italiaanse autoriteiten kennelijk wel onduidelijkheid bestond over de identiteit van de vreemdeling. Voorts bevat de brief van 22 februari 2010 geen inhoudelijke reactie op het Italiaanse verzoek, maar alleen een automatische ontvangstbevestiging. Uit de brieven van 6 en 8 juli 2011 kan, daargelaten dat deze niet zijn ondertekend en onduidelijk is of deze daadwerkelijk zijn verzonden, evenmin worden afgeleid dat de Italiaanse autoriteiten instemmen met het terugnameverzoek. Dat die autoriteiten, naar gesteld, niet hebben gereageerd op deze brieven maakt het voorgaande niet anders. Aldus staat niet op voorhand vast dat de rechtbank terecht heeft aangenomen dat in het geval van de vreemdeling sprake is van een fictief claimakkoord.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
