ECLI:NL:RVS:2011:BR4438
Raad van State · 29-07-2011 · zaaknummer 201105946/1/V3
Inhoudsindicatie
Vreemdelingenbewaring / China / redelijk vooruitzicht op verwijdering De minister onderhoudt reeds geruime tijd intensieve contacten met de Chinese autoriteiten teneinde hen te bewegen om op regelmatige basis over te gaan tot afgifte van laissez passer. Deze contacten hebben recentelijk geleid tot gesprekken op 22 maart 2011 en 4 mei 2011 met de Chinese ambassadeur. Hoewel een datum voor het volgende gesprek nog niet bekend is en het op de weg van de minister ligt om daarbij voortvarendheid te betrachten, is, gelet op hetgeen de minister ter zitting naar voren heeft gebracht, gebleken van voldoende bereidheid bij de Chinese autoriteiten om mee te werken aan het laissez passerproces. Voorts blijkt uit de door de minister verstrekte informatie dat in de periode vanaf 1 januari 2011 tot 17 juli 2011 circa 30 vreemdelingen naar China zijn uitgezet, waaronder vreemdelingen die hangende een eerder ingediende aanvraag tot het verkrijgen van een laissez passer alsnog een persoonlijk identiteitsbewijs en/of paspoort hebben overgelegd. Gelet op het vorenstaande en in aanmerking genomen dat vier aanvragen om afgifte van laissez passer ten behoeve van gedocumenteerde vreemdelingen nog in behandeling zijn bij de Chinese autoriteiten, bestaat thans geen grond voor het oordeel dat geen sprake meer is van een redelijk vooruitzicht op verwijdering naar China. Voor zover de vreemdeling onvoldoende meewerkt aan het door de Chinese autoriteiten te verrichten onderzoek komen de daaruit voortvloeiende vertraging van dat onderzoek en de langere duur van de bewaring in zoverre voor zijn rekening en risico. Voorts blijkt dat de vreemdeling geen enkel document over zijn identiteit en Chinese nationaliteit heeft overgelegd dan wel zich concrete inspanningen heeft getroost tot het verkrijgen daarvan en evenmin hem persoonlijk betreffende, concrete feiten en omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan de minister het op voorhand uitgesloten heeft moeten achten dat het onderzoek door de Chinese autoriteiten binnen een redelijke termijn tot afgifte van een reisdocument zal leiden. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank ten onrechte grond heeft gezien voor het oordeel dat het redelijk vooruitzicht op verwijdering van de vreemdeling ontbreekt.
Advocaten
- I. Wudka
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
