Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2011:BR3771

Raad van State · 14-07-2011 · zaaknummer 201009278/1/V3

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Dublin / Italië / interstatelijk vertrouwensbeginsel / EHRM arrest M.S.S. / algemene informatie betrekken / 3 EVRM / prejudiciële vragen / geen dreigende schending artikel 3 EVRM / instandlating rechtsgevolgen Uit het arrest van het EHRM in de zaak M.S.S. blijkt dat het EHRM bij de beoordeling of overdracht van een vreemdeling met toepassing van de Verordening aan een andere lidstaat in strijd is met artikel 3, dan wel 13 van het EVRM, in het bijzonder de detentie- en/of levensomstandigheden waarmee de overgedragen asielzoeker in dat land wordt geconfronteerd en de kwaliteit van de asielprocedure in dat land betrekt. Voorts houdt het arrest in dat ook in een situatie waarin ten aanzien van deze aspecten informatie is overgelegd die niet specifiek op de betrokken vreemdeling ziet, een lidstaat die een asielzoeker wenst over te dragen, zich ervan dient te vergewissen dat de wetgeving van de lidstaat waaraan de vreemdeling wordt overgedragen, op deze punten wordt toegepast op een wijze die in overeenstemming is met het EVRM. Ook in een situatie waarin een vreemdeling zijn stelling dat overdracht strijdig is met artikel 3 van het EVRM, louter onderbouwt met een beroep op algemene documentatie die informatie bevat over één of meer van de blijkens het arrest relevante aspecten, is een zorgvuldige beoordeling daarvan derhalve geboden. Het is immers mogelijk dat deze informatie tot de conclusie moet leiden dat zich, gelet op tekortkomingen bij de behandeling van asielzoekers in het land waaraan wordt overgedragen, feiten en omstandigheden voordoen op basis waarvan de presumptie van eerbiediging door verdragspartijen van het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 van het EVRM zoals bedoeld in het (…) beleid wordt, weerlegd. (…) Vastgesteld moet worden dat de vreemdeling zich reeds in de besluitvormingsfase en in beroep bij de rechtbank op (…) documenten [heeft beroepen waarvan] niet op voorhand [kan] worden gezegd dat ze niet relevant zijn voor de beoordeling van de vraag of de in het arrest in de zaak M.S.S. genoemde aspecten aan overdracht in de weg zouden moeten staan. Nu (…) in het besluit een op deze documenten toegespitste standpuntbepaling ten aanzien van de volgens het arrest in de zaak M.S.S. relevante aspecten ontbreekt, zijn deze niet beoordeeld op de in het arrest in de zaak M.S.S. omschreven wijze en slaagt de grief reeds hierom. De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat de (…) prejudiciële [van het Court of Appeal van Engeland en Wales aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de reikwijdte van artikel 3, tweede lid, van de Verordening (geregistreerd onder zaaknr. C-411/10, PB 2010, C 274/21)] aan overdracht in de weg staan. (…) Gelet op de beoordeling waartoe het arrest in de zaak M.S.S. (…), noopt, kan er volgens de Afdeling van worden uitgegaan dat eventuele schendingen van het Unierecht in het land waaraan de vreemdeling wordt overgedragen, die buiten het kader van de door het EHRM bij de beoordeling betrokken aspecten vallen en derhalve niet leiden tot de conclusie dat bij overdracht aan een andere lidstaat sprake is van een dreigende schending van artikel 3 van het EVRM, het Hof van Justitie niet tot het oordeel zullen leiden dat een lidstaat vanwege dergelijke schendingen de behandeling van een asielverzoek met toepassing van artikel 3, tweede lid, van de Verordening aan zich zou moeten trekken.(…) De documenten waar de vreemdeling zich ten aanzien van de situatie in Italië op heeft beroepen, bieden onvoldoende grond voor de conclusie dat detentie- of levensomstandigheden waar de vreemdeling in Italië mee te maken kan krijgen, of de toepassing van de asielprocedure in dat land, in de praktijk van een zodanige aard zijn dat op basis daarvan zou moeten worden geconcludeerd dat wat voor Griekenland heeft te gelden, in gelijke mate opgaat voor Italië. Concretere, al dan niet algemene, informatie waaruit blijkt dat voor de vreemdeling bij overdracht een situatie zal ontstaan die strijdig is met artikel 3, dan wel 13 van het EVRM, kan dan ook worden verlangd. (…) [Het] (…) persoonlijk relaas van de vreemdeling [biedt] (…) geen indicaties (…) voor het oordeel dat de Italiaanse asielprocedure niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. De vreemdeling heeft in Italië immers een asielaanvraag kunnen indienen, naar aanleiding waarvan hij een zogenaamde "sogiorno" heeft gekregen die drie jaar geldig was. De vreemdeling werd dan ook niet bedreigd met uitzetting naar zijn land van herkomst. Uit zijn verklaringen kan niet worden afgeleid dat hij in het verleden in Italië het slachtoffer is geworden van een door artikel 3 van het EVRM verboden behandeling.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.