ECLI:NL:RVS:2011:BR0158
Raad van State · 29-06-2011 · zaaknummer 201104031/1/V3
Inhoudsindicatie
Indien in gevallen als hier aan de orde een lichter middel dan vrijheidsontneming wordt opgelegd, zoals bijvoorbeeld de door de rechtbank genoemde meldplicht, heeft dat tot gevolg dat feitelijk toegang tot Nederland wordt verkregen. De minister kan dan ook worden gevolgd in zijn standpunt dat, hoewel volgens hem in zeer bijzondere gevallen aanleiding zou kunnen bestaan voor een uitzondering, in beginsel steeds aangenomen moet worden dat het grensbewakingsbelang niet kan worden veiliggesteld door de oplegging van een lichter middel. Zijn beleid terzake is derhalve niet kennelijk onredelijk te achten. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de minister dit beleid in dit geval niet in redelijkheid heeft mogen toepassen, is niet gebleken. Dat de vreemdeling een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend, is niet als een zodanige omstandigheid aan te merken, nu die omstandigheid reeds in het voormelde beleid is verdisconteerd en bovendien op zichzelf niet op voorhand tot het oordeel behoeft te leiden dat de minister niet langer vast kan houden aan het grensbewakingsbelang.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
