ECLI:NL:RVS:2011:BR0154
Raad van State · 29-06-2011 · zaaknummer 201102952/1/V3
Inhoudsindicatie
In dit geval is niet gebleken dat het terugkeerbesluit in de daartoe voorziene procedure onrechtmatig is geacht. De rechtmatigheid van het terugkeerbesluit staat aldus, zoals de rechtbank terecht stelt in overweging 10 van de aangevallen uitspraak, in deze procedure niet ter beoordeling. De rechtbank diende daarom van de rechtmatigheid van dat besluit uit te gaan en kon niet meer toekomen aan de beantwoording van de vraag of aan de vreemdeling, gelet op het bepaalde in artikel 6, tweede lid, van de richtlijn, ten onrechte een terugkeerbesluit was uitgereikt. Door te overwegen dat de minister niet gehouden was aan de vreemdeling een bevel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de richtlijn te geven, heeft de rechtbank dit niet onderkend. Nu de grief tegen deze overweging is gericht, kan zij reeds daarom niet tot het ermee beoogde resultaat leiden.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
