Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2011:BQ3793

Raad van State · 04-05-2011 · zaaknummer 201101993/1/V2

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Hoewel de UNHCR zich in voormeld rapport op het standpunt heeft gesteld dat de situatie in Afghanistan in de eerste helft van 2010 is verslechterd en dat, meer specifiek, in delen van de provincie Khost sprake is van een situatie van wijdverbreid geweld en dat asielzoekers afkomstig uit die provincie mogelijk internationale bescherming behoeven, kan daaruit niet worden afgeleid dat de veiligheidssituatie in die provincie ten tijde van belang ten opzichte van die op 17 februari 2010 zodanig is verslechterd dat niet op voorhand uitgesloten is dat deze verslechterde situatie kan afdoen aan het eerdere besluit, in zoverre de staatssecretaris van Justitie zich daarin op het standpunt heeft gesteld dat in de provincie Khost geen sprake is van de uitzonderlijke situatie, bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn, welk oordeel de toetsing in rechte heeft doorstaan. In het ambtsbericht van juli 2010 wordt ook reeds vermeld dat de gewelddadigheden in Afghanistan zich gedurende de verslagperiode hebben uitgebreid en dat de grootste toename in het aantal veiligheidsincidenten betrekking had op, onder meer, het oosten van Afghanistan waar zich veel geweldsincidenten voordeden tussen Opposing Militant Forces en buitenlandse troepen en Afghan National Army-eenheden. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM) heeft in het arrest N. tegen Zweden, van 20 juli 2010, nr. 23505/09, JV 2010/373, echter geoordeeld dat de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan niet zodanig is dat er substantiële gronden zijn om aan te nemen dat burgers die naar dit land worden teruggestuurd louter vanwege hun aanwezigheid aldaar een reëel risico lopen op schending van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De voorzieningenrechter heeft niet onderkend dat in zoverre derhalve geen sprake is van een nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid als hiervoor onder 2.1.2. bedoeld.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.