ECLI:NL:RVS:2011:BQ3783
Raad van State · 29-04-2011 · zaaknummer 201009145/1/V2
Inhoudsindicatie
Zonder nadere toelichting, die in het WBV 2010/6 ontbreekt, valt derhalve niet in te zien dat de omstandigheden die in eerste instantie hebben geleid tot instelling en verlenging van het besluit- en vertrekmoratorium en de minister na afloop daarvan aanleiding gaven om al snel schending van artikel 3 van het EVRM aan te nemen, zich ten tijde van belang niet meer voordeden. Aangezien het besluit terzake geen zelfstandige motivering bevat, maar de minister daarin heeft volstaan met een verwijzing naar het WBV 2010/6, heeft de voorzieningenrechter dan ook terecht overwogen dat de minister nader dient te motiveren waarom in geval van de vreemdeling, ongeacht de omstandigheid dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt een politiek opposant te zijn, geen zwaarwegende gronden bestaan aan te nemen dat hij bij verwijdering naar Libië een reëel risico loopt op schending van artikel 3 van het EVRM.
Advocaten
- G.M.H. Hoogvliet
- S.D. Lugt
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
