Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2011:BQ3776

Raad van State · 28-04-2011 · zaaknummer 201004872/1/V1

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Uit de door de vreemdeling overgelegde stukken – in het bijzonder uit de hiervoor weergegeven citaten uit het ambtsbericht – kan worden afgeleid dat in de provincie Zuid-Kivu in de DRC in de verslagperiode van juni 2009 tot en met november 2009 sprake was van een substantiële verslechtering van de reeds slechte veiligheidssituatie. Er wordt onder meer melding gemaakt van stelselmatige en wijdverbreide mensenrechtenschendingen, waaronder moordpartijen, verkrachtingen, plunderingen en brandstichting, gericht tegen de gehele burgerbevolking. Verder is vermeld dat tussen januari 2009 en oktober 2009 in de Kivu-provincies bijna dagelijks aanvallen plaatsvonden van alleen al de FDLR, waarbij gemiddeld 50 à 60 mensen per maand werden vermoord terwijl dit aantal in 2008 nog op 10 moorden per maand lag. Gezien het voorgaande kan niet worden volgehouden dat, zoals is vermeld in de brief van 11 maart 2010, de door de vreemdeling overgelegde stukken geen ander beeld schetsen van de algemene situatie in de DRC dan zoals bekend ten tijde van het besluit van 1 april 2009. Ook indien voormelde brief van 11 maart 2010, zoals ter zitting in hoger beroep door de minister is betoogd, zo moet worden gelezen dat wordt onderkend dat de algemene situatie in de provincie Zuid-Kivu in de DRC is verslechterd maar dat deze verslechtering geen verandering brengt in het standpunt dat in het besluit van 1 april 2009 is ingenomen over de toepassing van artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn, neemt dit niet weg dat de minister aldus heeft volstaan met het handhaven van zijn eerdere stelling dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat het willekeurige geweld aldaar dermate hoog is dat iedere burger louter door zijn aanwezigheid een reëel risico loopt op de in voormeld artikel van de richtlijn bedoelde ernstige bedreiging. Gelet op voormelde substantiële verslechtering van de algemene situatie en de aard van het geweld en de gevolgen daarvan voor de burgerbevolking, zoals die uit het ambtsbericht kunnen worden afgeleid, heeft de minister met die enkele stelling ontoereikend gemotiveerd dat zich in de provincie Zuid-Kivu in de DRC geen uitzonderlijke situatie voordoet als bedoeld in voormeld artikel van de richtlijn. Het betoog van de minister ter zitting bij de Afdeling dat in aanmerking moet worden genomen dat het om een groot gebied gaat, leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat niet nader is toegelicht waarom dit maakt dat van vorenbedoelde uitzonderlijke situatie geen sprake is. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat het besluit van 1 april 2009 in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht is genomen.

Advocaten

  • G.M.H. Hoogvliet
  • J. Norhussen

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.