ECLI:NL:RVS:2011:BQ2714
Raad van State · 15-04-2011 · zaaknummer 201101460/1/V3
Inhoudsindicatie
De Terugkeerrichtlijn noch de considerans daarvan biedt aanknopingspunten op grond waarvan moet worden aangenomen dat bij de beoordeling van de in artikel 15, vijfde en zesde lid, gestelde termijnen tevens de onmiddellijk aan de ter beoordeling staande bewaringsmaatregel voorafgaande periode van aansluitende vreemdelingrechtelijke en strafrechtelijke detentie dient te worden betrokken. Anders dan de vreemdeling ter zitting bij de Afdeling heeft betoogd, biedt het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: het Hof) van 30 november 2009, C-357/09 PPU, Kadzoev (hierna: het arrest Kadzoev; www.curia.europa.eu), zodanige aanknopingspunten evenmin, reeds omdat in dat arrest een andere situatie ter beoordeling stond dan thans aan de orde is. In dat arrest was de betrokken vreemdeling in een speciale inrichting met het oog op verwijdering in bewaring gesteld, is gedurende die bewaring de uitvoering van het besluit tot verwijdering tijdelijk geschorst omdat een procedure tot het verkrijgen van asiel werd gevoerd, maar is de vreemdeling tijdens die schorsing in dezelfde inrichting in bewaring gehouden. Die situatie is vergelijkbaar met een inbewaringstelling die is opgelegd met toepassing van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 en, nadat door de desbetreffende vreemdeling een asielaanvraag is ingediend, op de voet van onderdeel b van dat artikellid is voortgezet. In het thans aan de orde zijnde geval is evenwel geen sprake van een voortduring van een eerder opgelegde maatregel van vreemdelingenbewaring. De op 22 december 2008 aan de vreemdeling opgelegde maatregel is op 15 mei 2009 opgeheven. Vervolgens is de vreemdeling strafrechtelijk gedetineerd en aansluitend op die detentie is hem op 6 januari 2011 een nieuwe maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd. Van een situatie als bedoeld in overweging 48 van het arrest Kadzoev – waarin het Hof heeft overwogen dat het tijdvak waarin een persoon in een inrichting voor tijdelijke plaatsing is geplaatst op grond van een beslissing die op basis van de nationale en communautaire bepalingen over asielzoekers is genomen, niet mag worden beschouwd als bewaring met het oog op verwijdering in de zin van artikel 15 van de Terugkeerrichtlijn – is in dit geval derhalve geen sprake. Het door de vreemdeling op dat arrest gedane beroep treft daarom geen doel. Voorts is hetgeen in paragraaf A6/5.3.5 van de Vc 2000 omtrent de ten aanzien van de voortduring van de bewaring te verrichten belangenafweging is gesteld en de daarbij te hechten betekenis aan een onmiddellijk aan de inbewaringstelling voorafgaande periode van aansluitende vreemdelingrechtelijke en strafrechtelijke detentie niet van belang voor de in artikel 15, vijfde lid, van de Terugkeerrichtlijn gestelde termijn van maximaal zes maanden, nu deze termijn ziet op de duur van de desbetreffende maatregel van inbewaringstelling.
Advocaten
- A.K.J. Plaisier
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
