ECLI:NL:RVS:2011:BQ2604
Raad van State · 14-04-2011 · zaaknummer 201100416/1/V3
Inhoudsindicatie
Niet in geschil is dat de vreemdeling vreemdelingrechtelijk is staande gehouden. Uit de processen-verbaal, hiervoor weergegeven, blijkt dat na de staandehouding en daaropvolgende ophouding van de vreemdeling op 20 december 2010 om 21.30 uur de aanwending van niet bij of krachtens de Vw 2000 toegekende bevoegdheden is gevolgd, zodat sprake is van een feitelijke onderbreking tussen de aanwending van vreemdelingrechtelijke bevoegdheden tot staandehouding en inbewaringstelling. Dat de strafrechtelijke aanhouding van de vreemdeling na voorgeleiding aan een Hulpofficier van Justitie heeft geleid tot invrijheidstelling zonder – mogelijke - toetsing door een strafrechter en de strafrechtelijke vrijheidsbeneming slechts van korte duur is geweest, maakt dit niet anders. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat uit deze omstandigheden op zichzelf noch in onderlinge samenhang bezien kan worden afgeleid dat de strafrechtelijke bevoegdheid voor een ander doel is aangewend dan waarvoor zij is verleend.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
