ECLI:NL:RVS:2011:BQ0747
Raad van State · 29-03-2011 · zaaknummer 201005582/1/V2
Inhoudsindicatie
Bij de totstandkoming van haar oordeel heeft de rechtbank van belang geacht dat uit het SFH-rapport, dat op een latere periode ziet dan het UNHCR-rapport, blijkt dat de overdracht van de verantwoordelijkheid voor de veiligheid aan de Iraakse veiligheidsorganisaties tot een verslechtering van de veiligheidssituatie heeft geleid. Hoewel de beschreven situatie zonder meer zorgelijk is te achten, kan uit het rapport, alsmede uit het door de minister ingeroepen ambtsbericht, worden afgeleid dat het geweldsniveau in de door die stukken bestreken verslagperiode fluctueerde, maar niet dat toen een substantiële en voortdurende verslechtering van de veiligheidssituatie is ingezet. Gelet hierop heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat uit de door de vreemdeling overgelegde stukken niet kan worden afgeleid dat de mate van willekeurig geweld in het kader van het door de vreemdeling gestelde gewapend conflict in de provincie Bagdad ten tijde van belang dermate hoog was dat zwaarwegende gronden bestonden om aan te nemen dat een burger, louter door zijn aanwezigheid aldaar, op dat moment een reëel risico liep op de in artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn bedoelde ernstige schade. De rechtbank heeft onder die omstandigheden in het door de vreemdeling aangevoerde ten onrechte aanleiding gezien het standpunt van de minister niet deugdelijk gemotiveerd te achten.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
