ECLI:NL:RVS:2011:BP9272
Raad van State · 21-03-2011 · zaaknummer 200908643/1/V2
Inhoudsindicatie
Gelet op de ruime beoordelingsvrijheid die de staatssecretaris, volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie onder meer de uitspraak van 19 augustus 2009 in zaak nr. 200900452/1/V2, www.raadvanstate.nl), toekomt ter zake van de vraag of aanleiding bestaat voor het voeren van een beleid van categoriale bescherming, kan het in het WBV neergelegde beleid, inhoudend dat asielzoekers uit Somalië die op of na 19 mei 2009 een asielaanvraag hebben ingediend niet in aanmerking komen voor verlening van een verblijfsvergunning op voet van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000, niet als onredelijk worden aangemerkt. Aan de omstandigheid dat een vreemdeling zich na 19 mei 2009 heeft gemeld voor het indienen van een asielaanvraag is, gezien dit beleid, uitdrukkelijk gedacht, zodat deze omstandigheid in het voorliggende geval niet kan leiden tot de conclusie dat de staatssecretaris de vreemdeling ten onrechte een verblijfsvergunning op voet van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000 heeft onthouden. Nu voor het overige geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld die zouden kunnen nopen tot afwijking van voormeld beleid, faalt de beroepsgrond.
Advocaten
- M. Stoetzer-van Esch
- M.M. van Asperen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
