ECLI:NL:RVS:2011:BP8382
Raad van State · 11-03-2011 · zaaknummer 201009365/1/V3
Inhoudsindicatie
In de door de vreemdelingen overgelegde gegevens is geen grond te vinden voor het oordeel dat de minister zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de door de vreemdeling benodigde medische voorzieningen in Duitsland moeten worden geacht vergelijkbaar te zijn met die in Nederland. Evenmin bestaat grond voor het oordeel dat de minister zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat in hetgeen de vreemdelingen naar voren hebben gebracht geen aanwijzingen zijn gelegen dat de benodigde medische voorzieningen in Duitsland niet voor haar ter beschikking zullen staan. Dat de vreemdeling medische behandeling behoeft en dat overdracht aan Duitsland mogelijk zal leiden tot verergering van de klachten is onder deze omstandigheden onvoldoende om te oordelen dat de minister zich in dit geval niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die aanleiding geven gebruik te maken van de bevoegdheid de asielaanvraag aan zich te trekken. De minister was derhalve niet gehouden om nader onderzoek te verrichten.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
