ECLI:NL:RVS:2011:BP7481
Raad van State · 03-03-2011 · zaaknummer 201005034/1/V3
Inhoudsindicatie
Blijkens de brief aan de Tweede Kamer kent de minister bij de beoordeling van de vraag of hij gebruik maakt van zijn bevoegdheid een verblijfsvergunning te verlenen wegens schrijnendheid aan de omstandigheid dat er een minderjarig in Nederland geboren kind is de wegingsfactor zwaarwegend toe. De minister heeft er in redelijkheid voor mogen kiezen bij de bepaling van het gewicht dat de aanwezigheid van minderjarige kinderen toekomt, het gegeven dat sprake is van een minderjarig kind bepalend te achten, en niet te differentiëren naar het aantal malen dat deze situatie zich ten aanzien van dezelfde vreemdeling voordoet. Aan een toepassing van het bij de brief aan de Tweede Kamer meegedeelde beleid in deze zin, staat de bijlage bij deze brief niet in de weg. De minister heeft zich daarom in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat, indien sprake is van meer dan één in Nederland geboren kinderen, die omstandigheid niet zwaarder weegt dan één hier te lande geboren kind. Gelet hierop heeft de minister de drie in Nederland geboren kinderen van de vreemdeling in redelijkheid als één zwaarwegende factor, als bedoeld in de brief aan de Tweede Kamer, bij de beoordeling van zijn aanvraag kunnen betrekken.
Advocaten
- F.L.M. van Haren
- G.M.H. Hoogvliet
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
