Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2011:BP4329

Raad van State · 09-02-2011 · zaaknummer 201008066/1/V1

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Volgens vaste jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (onder meer het arrest in de zaak T.I. en W.S. Ebrahim tegen Nederland van 18 maart 2003, JV 2003/203) dient bij de beoordeling van de vraag of artikel 8 van het EVRM in een bepaald geval de positieve verplichting met zich brengt een vreemdeling in staat te stellen tot familie- en gezinsleven in een bepaalde lidstaat, een "fair balance" te worden gevonden tussen enerzijds de belangen van het betrokken individu en anderzijds het betrokken algemeen belang van de lidstaat. Bij deze afweging komt de desbetreffende lidstaat (lees: de minister) een zekere beoordelingsruimte toe. Aldus heeft de minister ook bij het bepalen van de ingangsdatum van een krachtens voormelde verdragsbepaling te verlenen verblijfsvergunning een zekere beoordelingsruimte. Nu, zoals de minister ter zitting bij de rechtbank naar voren heeft gebracht, bij het bereiken van de meerderjarigheid van de dochter een nieuw beoordelingsmoment ontstaat, bestaat, mede gelet op de hiervoor vermelde bepalingen van het Vb 2000, geen grond voor het oordeel dat hij de geldigheidsduur van de verleende vergunning niet in redelijkheid heeft kunnen beperken tot 19 november 2010.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.