ECLI:NL:RVS:2011:BP1927
Raad van State · 17-01-2011 · zaaknummer 201009910/1/V3
Inhoudsindicatie
Vreemdelingenbewaring / Dublin / Griekenland / mededeling website Afdeling / brief EHRM De Afdeling heeft op 3 september 2010 de volgende mededeling op de website van de Raad van State geplaatst: "De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zal aanhangige hoger-beroepszaken die betrekking hebben op de overdracht van vreemdelingen aan Griekenland op grond van de Dublinverordening en waarin ter zake van de toepasselijkheid van artikel 3, tweede lid, van die verordening het interstatelijk vertrouwensbeginsel aan de orde is, voorlopig aanhouden. De reden hiervoor is dat het Court of Appeal van Engeland en Wales zogenoemde prejudiciële vragen heeft gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de reikwijdte van artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening. De Afdeling wacht de antwoorden van het Hof van Justitie op deze vragen af." De minister klaagt terecht dat de rechtbank ten onrechte de hiervoor in 2.1.1. weergegeven mededeling bij haar beoordeling of sprake is van zicht op uitzetting heeft betrokken. Hoewel niet in geschil is dat de minister voornemens is de vreemdeling op grond van vorenbedoelde Verordening aan Griekenland over te dragen, is die mededeling niet op de vreemdeling van toepassing. De vreemdeling is immers met de eerdergenoemde uitspraak van de Afdeling van 28 mei 2010 in zijn asielprocedure uitgeprocedeerd. [..] Uit de aankondiging van het EHRM in zijn bovengenoemde brief dat het voorlopig in alle toekomstige zaken waarbij overdracht van asielzoekers aan Griekenland aan de orde is een interim measure zal treffen, volgt dat ten aanzien van asielzoekers die dreigen te worden uitgezet naar Griekenland, met ingang van 1 oktober 2010, de dag na bekendmaking van die brief, geen zicht op uitzetting binnen een afzienbare tijd meer bestaat. Dat de minister ten tijde van de aangevallen uitspraak nog geen standpunt had ingenomen ten aanzien van het tevens in de brief van het EHRM neergelegde verzoek om voorlopig geen asielzoekers naar Griekenland uit te zetten, leidt niet tot een ander oordeel. Overigens heeft de minister van Justitie bij brief van 13 oktober 2010 aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal, mede in reactie op de brief van het EHRM, aangegeven dat asielzoekers die zich in Nederland bevinden en ten aanzien waarvan Griekenland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag voorlopig niet kunnen worden overgedragen aan Griekenland. Gelet op het vorengaande heeft de rechtbank de inbewaringstelling van de vreemdeling terecht vanaf 1 oktober 2010 onrechtmatig geoordeeld.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
