ECLI:NL:RVS:2011:BP1916
Raad van State · 17-01-2011 · zaaknummer 201009711/1/V3
Inhoudsindicatie
Vreemdelingenbewaring / Dublin / Griekenland / m.i.v. 4 september 2010 geen zicht op uitzetting (mededeling website Afdeling) De Afdeling heeft op 3 september 2010 de volgende mededeling op de website van de Raad van State (www.raadvanstate.nl) geplaatst: "De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zal aanhangige hoger-beroepszaken die betrekking hebben op de overdracht van vreemdelingen aan Griekenland op grond van de Dublinverordening en waarin ter zake van de toepasselijkheid van artikel 3, tweede lid, van die verordening het interstatelijk vertrouwensbeginsel aan de orde is, voorlopig aanhouden. De reden hiervoor is dat het Court of Appeal van Engeland en Wales zogenoemde prejudiciële vragen heeft gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de reikwijdte van artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening. De Afdeling wacht de antwoorden van het Hof van Justitie op deze vragen af." Niet in geschil is dat de minister voornemens is de vreemdeling op grond van vorenbedoelde Verordening aan Griekenland over te dragen. Gelet op de in 2.1.1. weergegeven mededeling is ten aanzien van zogeheten Dublinclaimanten bij wie ter zake van de toepasselijkheid van artikel 3, tweede lid, van die Verordening, het interstatelijk vertrouwensbeginsel aan de orde is, het zicht op uitzetting binnen een afzienbare tijd naar Griekenland met ingang van 4 september 2010, de dag na bekendmaking van die mededeling, komen te vervallen. De enkele omstandigheid dat de vreemdeling op dat moment nog geen hoger beroep had ingesteld in de desbetreffende asielprocedure en bijgevolg evenmin sprake was van een door de voorzitter van de Afdeling toegewezen verzoek om voorlopige voorziening dat hij gedurende de behandeling van het hoger beroep niet aan Griekenland wordt overgedragen, kan er niet aan afdoen dat het bij de gegeven stand van zaken reeds ten tijde van de inbewaringstelling van de vreemdeling niet te verwachten was dat de beoogde overdracht binnen afzienbare tijd zou kunnen plaatsvinden. Derhalve is de inbewaringstelling, anders dan de rechtbank heeft overwogen, vanaf de aanvang daarvan onrechtmatig. De grief slaagt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
