Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2011:BP0945

Raad van State · 11-01-2011 · zaaknummer 201003596/1/V2

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ranov / burgemeestersverklaring / (geen) aantoonbaar vertrek uit Nederland Nu bij de totstandkoming van de Regeling de keuze is gemaakt om onder meer op basis van een verklaring van de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling feitelijk verblijft ononderbroken verblijf sinds 1 april 2001 aan te nemen en de vreemdeling in dit geval beschikt over een burgemeestersverklaring, dient zijn ononderbroken verblijf sinds 1 april 2001 te worden aangenomen, tenzij, zoals volgt uit hetgeen onder 2.1.1 is overwogen, sprake is van aantoonbaar vertrek uit Nederland na 1 april 2001. In de Regeling is niet limitatief opgesomd waaruit aantoonbaar vertrek van een vreemdeling uit Nederland kan blijken. Een verklaring van een vreemdeling kan daarbij op zichzelf in aanmerking worden genomen. Voor zover de vreemdeling op 4 augustus 2004 heeft verklaard dat hij in 1997 uit Nederland is vertrokken, geldt dat hij die verklaring nadien, onder opgave van redenen, heeft ingetrokken. Daarbij is die verklaring, zoals de minister ter zitting bij de Afdeling heeft bevestigd, onjuist gebleken, nu de vreemdeling onder meer stempelkaarten heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij zich in 1998 en 1999 had gemeld bij de vreemdelingenpolitie in Heerlen. Andere, concrete aanwijzingen voor vertrek van de vreemdeling uit Nederland na 1 april 2001 blijken er niet te zijn. Onder deze omstandigheden heeft de staatssecretaris zich niet louter op grond van de verklaring van 4 augustus 2004 op het standpunt mogen stellen dat de vreemdeling na 1 april 2001 aantoonbaar uit Nederland is vertrokken. De staatssecretaris is er daarbij ten onrechte van uitgegaan dat het aan de vreemdeling is om voor de resterende periode die door de verklaring wordt bestreken aan te tonen dat hij in Nederland heeft verbleven. Uit het voorgaande volgt dat de vreemdeling ten onrechte geen aanbod op voet van de Regeling is gedaan. De rechtbank heeft het voorgaande niet onderkend.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.