Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2010:BO8070

Raad van State · 13-12-2010 · zaaknummer 201007596/1/V2

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Somalie / Mogadishu / artikel 15 aanhef en onder c richtlijn / toetsing Uit de jurisprudentie van de Afdeling (zie onder meer de uitspraken van 3 april 2008 in zaak nr. 200701108/1, 13 juli 2009 in zaak nr. 200707865/1/V2, 25 januari 2010 in zaak nr. 200909886/1/V2 en 26 januari 2010 in zaak nr. 200905017/1/V2; www.raadvanstate.nl) vloeit voort dat bij de toetsing aan artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn, indien zich niet in alle delen van het desbetreffende land van herkomst een situatie als in die bepaling beschreven voordoet, moet worden bezien uit welk duidelijk te onderscheiden deelgebied de vreemdeling afkomstig is en of zich in dat deelgebied een dermate hoge mate van willekeurig geweld voordoet in het kader van het aan de gang zijnde gewapende conflict dat zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een burger die terugkeert naar dat gebied aldaar, louter door zijn aanwezigheid, een reëel risico loopt op de in artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn bedoelde ernstige schade. Weliswaar wordt in artikel 2, aanhef en onder e, van de richtlijn gerefereerd aan het land van herkomst, maar uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 17 februari 2009 in zaak C-465/07 (JV 2009/111) blijkt dat de toetsing aan artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn, gelezen in samenhang met artikel 2, aanhef en onder e, van de richtlijn, in voorkomend geval kan plaatsvinden tegen de achtergrond van het gebied, waarnaar de desbetreffende vreemdeling dient terug te keren. In voormelde uitspraak van de Afdeling van 26 januari 2010 is geoordeeld, samengevat weergegeven, dat de staatssecretaris van Justitie in die zaak onvoldoende had gemotiveerd dat zich in Mogadishu, ten tijde in die zaak van belang, geen uitzonderlijke situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn voordeed. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in voormelde uitspraak van 9 september 2010 in zaak nr. 201005094/1/V2, heeft de desbetreffende rechtbank, gelet op de omstandigheid dat niet in geschil is dat de desbetreffende vreemdeling uit Mogadishu afkomstig is en dat in de door de minister in de reactie van 29 maart 2010 genoemde algemene ambtsberichten inzake Somalië van de minister van Buitenlandse Zaken van maart 2009, oktober 2009 en maart 2010 de algemene veiligheidssituatie in Mogadishu apart wordt beoordeeld, in het licht van hetgeen in 2.3.3. van die uitspraak is overwogen en door de desbetreffende vreemdeling in beroep is aangevoerd, ten onrechte aanleiding gezien de minister te volgen in zijn standpunt dat de algemene veiligheidssituatie in dat geval moest worden beoordeeld in de context van Zuid- en Centraal-Somalië. Gelet op de omstandigheid dat niet in geschil is dat de vreemdeling uit Mogadishu afkomstig is, alsmede in het licht van de hiervoor onder 2.2.1. weergegeven jurisprudentie en voormelde uitspraken van 26 januari 2010 en 9 september 2010, dient het beroep op artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn in dit geval te worden beoordeeld in de context van Mogadishu. Door te beoordelen of het standpunt van de minister ten aanzien van geheel Zuid- en Centraal-Somalië voldoende is gemotiveerd, is de rechtbank eraan voorbij gegaan dat Mogadishu het deelgebied is waaruit de vreemdeling afkomstig is. De rechtbank heeft haar overwegingen inzake artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn derhalve ten onrechte niet toegespitst op Mogadishu. Dit behoeft in dit geval, gelet op het volgende, echter niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak te leiden. Ook de minister heeft in het besluit, kennelijk omdat hij – gezien het vorenstaande ten onrechte – ervan uitging dat hij in dit verband geheel Zuid- en Centraal-Somalië bij de beoordeling diende te betrekken, het beroep op artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn ten onrechte niet beoordeeld in de context van Mogadishu. Nu hetgeen de minister aan zijn standpunt inzake die bepaling ten grondslag heeft gelegd aldus niet specifiek ziet op de situatie in Mogadishu, alsmede in aanmerking genomen dat uit de door de vreemdeling ingebrachte stukken blijkt dat de algemene veiligheidssituatie in Mogadishu onverminderd slecht is en in dit opzicht in negatieve zin afwijkt van de algemene veiligheidssituatie in andere delen van Zuid- en Centraal-Somalië, heeft de rechtbank terecht overwogen dat het besluit van 9 april 2010 ter zake van de toetsing aan artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn niet deugdelijk is gemotiveerd. De grieven falen.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.