ECLI:NL:RVS:2010:BO7068
Raad van State · 07-12-2010 · zaaknummer 201007704/1/V1
Inhoudsindicatie
Ranov / art. 3.4 lid 3 Vb 2000 Voorts heeft de vreemdeling aangevoerd dat de staatssecretaris in het besluit van 25 november 2008 ten onrechte niet heeft meegewogen dat hem geen verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude vreemdelingenwet (hierna: de Regeling) is verleend omdat hij vanwege een infectie in een ziekenhuis in Antwerpen opgenomen is geweest. Volgens de vreemdeling dient de omstandigheid dat hij vanwege die ziekenhuisopname niet voor die verblijfsvergunning in aanmerking komt als zeer schrijnend te worden aangemerkt. In het besluit, gelezen in samenhang met de in beroep gegeven toelichting daarop en voor zover thans van belang, heeft de staatssecretaris zich op het standpunt gesteld dat de vraag of de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van de Regeling dient te worden beantwoord in de in dat kader door de vreemdeling gevoerde beroepsprocedure en dat het door de vreemdeling aangevoerde, weergegeven in 2.5, niet betekent dat van schrijnendheid sprake is. De staatssecretaris heeft zich, in het licht van de in 2.1.2 weergegeven brief, in redelijkheid op dit standpunt kunnen stellen. De beroepsgrond faalt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
