ECLI:NL:RVS:2010:BO7056
Raad van State · 07-12-2010 · zaaknummer 201006496/1/V3
Inhoudsindicatie
Vreemdelingenbewaring / voortvarend handelen / daadwerkelijke handeling ter voorbereiding van uitzetting / in gelegenheid stellen van indienen asielaanvraag De vreemdeling heeft op 10 juni 2010 voorafgaand aan de inbewaringstelling uitdrukkelijk te kennen gegeven een asielaanvraag te willen indienen. De minister heeft haar daartoe op 21 juni 2010 in de gelegenheid gesteld. Hij heeft voorts op 16 juni 2010 een vertrekgesprek met de vreemdeling gehouden en een aanvraag voor een lp naar de afdeling lp van de DT&V verzonden. Nu de minister op de zevende dag van de bewaring de eerste daadwerkelijke handeling ter voorbereiding van de uitzetting heeft verricht, heeft hij wat betreft het verrichten van uitzettingshandelingen voldoende voortvarend gehandeld. Nu de vreemdeling op de dag van inbewaringstelling te kennen heeft gegeven een asielaanvraag te willen indienen en de minister haar daartoe op de elfde dag na de dag waarop zij die wens heeft geuit in de gelegenheid heeft gesteld, heeft de minister ook in dit opzicht voldoende voortvarend gehandeld. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, strekt het vereiste van de door de minister in acht te nemen voortvarendheid niet zover dat de minister de vreemdeling reeds daags nadat zij daartoe de wens te kennen had gegeven in de gelegenheid had behoren te stellen een asielaanvraag in te dienen. De grief slaagt. Hetgeen overigens in de grief is aangevoerd behoeft geen bespreking.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
