Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2010:BO5976

Raad van State · 24-11-2010 · zaaknummer 201009723/1/V3

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In de enige grief klaagt de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de minister zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat in de door de vreemdeling aangevoerde omstandigheden geen grond kan worden gezien om van het opleggen van de maatregel van bewaring af te zien en met een lichter middel te volstaan. Daartoe voert hij, samengevat weergegeven en voor zover thans van belang, aan dat hij deelneemt aan het Experiment Perspectief ex-alleenstaande minderjarige vreemdelingen (hierna: het Experiment) en dat in een brief van de Plaatsvervangend Directeur-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken, van 26 februari 2010 (hierna: de brief) staat dat deelnemers aan het Experiment niet in bewaring zullen worden gesteld, tenzij in overleg tussen de Dienst Terugkeer & Vertrek (hierna: de DT&V) en de hulpofficier van justitie blijkt dat inbewaringstelling wenselijk is. Nu ten aanzien van hem niet is gebleken van een dergelijk overleg, in de brief niet staat dat openbare orde-aspecten zonder meer in de weg staan aan deelname aan het Experiment en zijn ongewenstverklaring samenhangt met het gebruik van een vals paspoort om aan zijn vertrekplicht te voldoen, heeft de rechtbank niet onderkend dat de minister niet in redelijkheid van een lichter middel heeft mogen afzien, aldus de vreemdeling. De minister heeft ter zitting tevens nader toegelicht dat de vreemdeling bekend was als deelnemer aan het Experiment en dat daarom op 1 september 2010 overleg heeft plaatsgevonden over dit project tussen de vreemdelingenpolitie en de DT&V. Hierbij is geoordeeld dat de inbewaringstelling van de vreemdeling rechtmatig kon plaatsvinden. Uit het dossier blijkt niet van enig overleg tussen de DT&V en de vreemdelingenpolitie. Bij de rechtbank is hiervan geen melding gemaakt, ook niet nadat de rechtbank het onderzoek ter zitting had geschorst om de minister te laten reageren op het betoog van de vreemdeling ten aanzien van zijn deelname aan het Experiment. Ter zitting van de Afdeling heeft de minister weliswaar verklaard dat hij heeft vernomen dat zodanig overleg op 1 september 2010 heeft plaatsgevonden, maar enig stuk daarover is niet voorhanden. Bovendien is de minister niet bekend met de inhoud van het gehouden overleg en daarmee evenmin van de afweging die vervolgens is gemaakt. Aldus is niet gebleken of de minister in het kader van de te maken belangenafweging bij het opleggen van de maatregel van bewaring acht heeft geslagen op de omstandigheden die daarbij bezien in het licht van de deelname van de vreemdeling aan het Experiment bijzondere aandacht behoeven. Evenmin is gebleken dat de zich in dit geval voordoende openbare orde-aspecten van dien aard zijn dat op voorhand duidelijk is dat deze zich ertegen verzetten dat vanwege de deelname van de vreemdeling aan het Experiment werd afgezien van zijn inbewaringstelling. In de gegeven situatie moet de toepassing van deze maatregel van meet af aan als in redelijkheid niet gerechtvaardigd worden aangemerkt.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.