ECLI:NL:RVS:2010:BO5967
Raad van State · 23-11-2010 · zaaknummer 201002430/1/V2
Inhoudsindicatie
De vreemdeling heeft in beroep aangevoerd dat sprake is van de hiervoor bedoelde bijzondere feiten en omstandigheden, nu zij bij terugkeer naar Somalië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM). Zij betoogt daartoe dat zij een alleenstaande vrouw is en behoort tot de Jaji clan en dat deze clan een minderheidsclan is. In dit verband heeft zij verwezen naar passages uit het "Report of the Secretary-General on the situation in Somalia" van de United Nations Security Council van 31 december 2009 en naar het algemeen ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken inzake Somalië van oktober 2009. Ook indien de desbetreffende vreemdeling stelt dat bij gedwongen terugkeer naar het land van herkomst het risico bestaat op een met artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling of bestraffing, volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie onder meer de uitspraak van 8 mei 2008 in zaak nr. 200801379/1; www.raadvanstate.nl) dat moet worden voldaan aan de in het nationale recht neergelegde procedureregels. Slechts onder bijzondere feiten en omstandigheden, als bedoeld in rechtsoverweging 45 van voormeld arrest van 19 februari 1998, kan noodzaak bestaan om deze regels niet tegen te werpen. In dat geval kan het besluit van gelijke strekking, ondanks het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden en een voor de desbetreffende vreemdeling relevante wijziging van het recht, worden getoetst door de bestuursrechter, voor zover deze feiten en omstandigheden daartoe nopen (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 8 mei 2007 in zaak nr. 200702283/1; JV 2007/294). Dat betekent niet dat bij de beoordeling of sprake is van evenbedoelde bijzondere feiten en omstandigheden ter toetsing staat of de staatssecretaris zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat het beroep van de desbetreffende vreemdeling op artikel 3 van het EVRM faalt. Aan die toetsing van het standpunt van de staatssecretaris komt de rechter eerst toe, nadat hij tot het oordeel is gekomen dat de feiten en omstandigheden die de desbetreffende vreemdeling in het kader van artikel 3 van het EVRM heeft aangevoerd, in het licht van de beoordeling in de eerdere procedure en artikel 13 van het EVRM, zodanig zwaarwegend zijn, dat de wijze waarop hij het besluit van gelijke strekking naar nationaal recht dient te beoordelen, er aan in de weg staat dat een reëel risico op een met artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling of bestraffing in de beoordeling van het beroep wordt betrokken. De Afdeling heeft eerder geoordeeld (uitspraak van 9 april 2010 in zaak nr. 200908661/1/V2; www.raadvanstate.nl) dat, hoewel uit het algemeen ambtsbericht inzake Somalië van de minister van Buitenlandse Zaken van maart 2009 kan worden afgeleid dat de situatie van alleenstaande vrouwen in Somalië zorgelijk is en dat zij te leiden hebben onder de slechte veiligheidssituatie, daaruit niet volgt dat alleenstaande vrouwen in Somalië systematisch worden blootgesteld aan een praktijk van onmenselijke behandelingen. Het algemeen ambtsbericht inzake Somalië van oktober 2009 en voormeld rapport van 31 december 2009 bevatten geen informatie die aan dit oordeel kan afdoen. Over de Jaji clan wordt in het ambtsbericht van oktober 2009 vermeld dat onduidelijkheid bestaat in hoeverre deze tot de etnische minderheden dan wel tot de Somali clans gerekend kan worden. Hiermee heeft de vreemdeling geen informatie ingebracht waaruit volgt dat de Jaji clan, waartoe zij stelt te behoren, systematisch wordt blootgesteld aan een praktijk van onmenselijke behandelingen. Uit hetgeen door de vreemdeling is aangevoerd, blijkt, gezien het vorenstaande, niet van bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende, feiten en omstandigheden, als bedoeld in voormeld arrest van het EHRM.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
