Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2010:BO4893

Raad van State · 12-11-2010 · zaaknummer 201003213/1/V1

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Aangezien de minister, bij een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, een taalanalyse laat verrichten bij wijze van tegemoetkoming in de ingevolge artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 op een vreemdeling rustende last om het door hem gestelde aannemelijk te maken, en nu het COa de hem ter beschikking gestelde beperkte publieke middelen zorgvuldig moet besteden, moet als uitgangspunt gelden dat het COa niet is gehouden om de kosten voor het opstellen van een eigen geluidsopname en een daarop gebaseerde tweede contra-expertise taalanalyse, zoals hier aan de orde, aan te merken als noodzakelijke kosten als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Rva 2005. In dit geval kan er ook niet aan worden voorbijgezien dat het COa, door de vreemdeling bij besluit van 24 april 2008 een bedrag toe te kennen van maximaal € 885,00 (exclusief BTW) als vergoeding van kosten voor een contra-expertise taalanalyse tweede fase, de vreemdeling naar behoren in staat heeft gesteld om in de asielprocedure alsnog aan de op haar rustende bewijslast te voldoen. Daarbij komt dat, in geval van een voor een vreemdeling negatief weerwoord van het Bureau Land en Taal (hierna: het BLT) op een uitgebrachte contra expertise, het COa een stelsel in het leven heeft geroepen dat wat betreft de kosten voor het opstellen van een deskundige reactie daarop (een contra expertise taalanalyse derde fase) voorziet in een vergoeding tot een bedrag van maximaal € 300,00 (exclusief BTW). In aanmerking genomen voorts dat een vanwege een vreemdeling verrichte taalanalyse die niet op de door het BLT gebruikte geluidsopname is gebaseerd naar haar aard geen contra-expertise inhoudt, bestaat geen grond voor het oordeel dat het COa zich in het besluit van 20 april 2009 niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de beoogde kosten verband houdende met aanvullende geluidsopnamen en kosten voor een tweede contra expertise taalanalyse tweede fase geen noodzakelijke kosten zijn als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Rva 2005. In het verlengde van het voorgaande kan de vreemdeling ook niet worden gevolgd in haar verdere betoog, dat steunt op de opvatting dat de beoogde aanvullende geluidsopnamen en de tweede contra-expertise taalanalyse noodzakelijk zijn om haar feitelijk in staat te stellen de uitkomsten van de taalanalyse van het BLT te weerleggen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.