Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2010:BO4809

Raad van State · 17-11-2010 · zaaknummer 201005271/1/V3

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De vreemdeling vreest als gedetineerde in Polen het slachtoffer te worden van excessief geweld van politiefunctionarissen. Van de arresten van het EHRM waarnaar de vreemdeling heeft verwezen ter onderbouwing van zijn betoog dat Polen zijn verdragsverplichtingen ten aanzien van gedetineerden niet naleeft, is alleen in de arresten van het EHRM van 31 maart 2009, nr. 14612/02, Wiktorko tegen Polen en van 12 mei 2009, nr. 9258/04, Mrozowski tegen Polen door de Poolse autoriteiten gepleegd geweld in strijd met artikel 3 van het EVRM geoordeeld. Deze verwijzing is onvoldoende om te oordelen dat de minister in het licht daarvan niet zonder nadere motivering ervan heeft mogen uitgaan dat Polen zijn verdragsverplichtingen jegens gedetineerden zal naleven. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat, zoals de minister in het besluit van 29 december 2009 heeft overwogen, niet is gebleken van ambtsberichten of andere rapportages waaruit blijkt dat in Polen de elementaire mensenrechten worden geschonden. In de tweede grief klaagt de minister, samengevat weergegeven en voor zover thans van belang, dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij zijn standpunt, dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat jegens hem bij terugkeer naar Polen door de politie excessief geweld zal worden gebruikt en hij geen bescherming zal genieten van de (hogere) autoriteiten, onvoldoende heeft gemotiveerd, omdat de vreemdeling op Schiphol door een Poolse functionaris is mishandeld, andere (hogere) autoriteiten van Polen dat niet hebben voorkomen en de minister zich niet over de voortgang van het door de Poolse autoriteiten ingestelde strafrechtelijk onderzoek naar die mishandeling nader heeft laten informeren. Daartoe voert de minister aan dat het feit dat de vreemdeling is mishandeld, geen grond biedt om aannemelijk te achten dat hij bij terugkeer naar Polen een reëel risico op een met artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling loopt, nu de vreemdeling heeft verklaard eerst naar aanleiding van de mishandeling aanleiding te hebben gezien asiel aan te vragen, hij tijdens de gehoren niet heeft aangegeven in eerdere strafrechtelijke procedures in Polen in strijd met artikel 3 van het EVRM te zijn behandeld en voorts niet is in te zien dat andere (hogere) Poolse autoriteiten de mishandeling hadden kunnen voorkomen. De rechtbank heeft een onevenredig gewicht toegekend aan de voortgang van het strafrechtelijke onderzoek door de Poolse autoriteiten naar de mishandeling, aldus de minister. Vaststaat dat de vreemdeling bij een geplande overlevering door de Nederlandse aan de Poolse autoriteiten op Schiphol in verband met openstaande strafzaken in Polen op 6 maart 2009 door een Poolse politiefunctionaris is mishandeld. De vreemdeling heeft verklaard dat hij geen asiel zou hebben aangevraagd indien die mishandeling niet zou hebben plaatsgevonden. Verder heeft hij in zijn asielrelaas verklaard dat hij in het kader van zijn eerdere strafrechtelijke procedures in Polen en daarmee gepaard gaande detenties nimmer in strijd met artikel 3 van het EVRM is behandeld. Verder leidt de omstandigheid dat andere (hogere) Poolse autoriteiten de mishandeling van de vreemdeling niet hebben voorkomen, op zichzelf niet tot het oordeel dat de vreemdeling geen bescherming kan verkrijgen van de (hogere) autoriteiten. Daarbij is van belang dat de vreemdeling op geen enkele wijze heeft onderbouwd dat het vragen van bescherming bij de Poolse autoriteiten voor hem gevaarlijk dan wel bij voorbaat zinloos moet worden geacht. Bij brief van 22 juni 2009 heeft de Officier van Justitie van het arrondissementsparket Amsterdam te kennen gegeven dat uit vier brieven van de Poolse autoriteiten naar voren is gekomen dat het Openbaar Ministerie te Warschau naar aanleiding van de gebeurtenissen op 6 maart 2009 een strafrechtelijke procedure is gestart en daartoe de betrokken Poolse begeleiders zijn gehoord, dat de piloot van het toestel dat de vreemdeling zou vervoeren zal worden gehoord, dat met een rechtshulpverzoek aan Nederland bewijs zal worden verzameld en dat de vreemdeling zal worden gehoord. Daarnaast garanderen de Poolse autoriteiten dat de onder verdenking staande Poolse begeleider niet bij een nieuwe poging tot vervoer van de vreemdeling naar Polen zal worden betrokken. Onder deze omstandigheden heeft de minister, anders dan de rechtbank heeft overwogen, geen aanleiding hoeven zien eerst nog nadere informatie in te winnen omtrent de voortgang van het in Polen ingestelde strafrechtelijke onderzoek inzake de gebeurtenissen die op 6 maart 2009 hebben plaatsgehad. Gelet op het vorengaande heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Polen een reëel risico op een met artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling loopt.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.