ECLI:NL:RVS:2010:BO1571
Raad van State · 19-10-2010 · zaaknummer 201003785/1/V1
Inhoudsindicatie
Geen procesbelang in verblijfsprocedure / rechtmatig verblijf / artikel 64 van de Vw 2000 / recht op verstrekkingen Uit paragraaf C23/2.2.2, aanhef en onder g, van de Vc 2000, zoals deze luidde ten tijde van belang, volgt dat een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft omdat hij een aanvraag om een verblijfsvergunning heeft ingediend, en zich naar het oordeel van de staatssecretaris feitelijk in dezelfde situatie bevindt als bedoeld in artikel 64 van de Vw 2000, aanspraak kan maken op voorzieningen krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (hierna: Rva 2005). Uit de toelichting op deze paragraaf volgt voorts dat een vreemdeling zich eerst dient te wenden tot de Immigratie- en Naturalisatiedienst met een verzoek om vast te stellen dat sprake is van een situatie analoog aan die, bedoeld in artikel 64 van de Vw 2000. Niet in geschil is dat de vreemdeling sinds de indiening van een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op 9 november 2009, rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder f, van de Vw 2000. Artikel 64 van de Vw 2000 strekt er toe de uitzetting en de vertrekplicht op te schorten (zie de uitspraak van de Afdeling van 17 december 2008 in zaak nr. 200803012/1; www.raadvanstate.nl). Gelet op hetgeen is overwogen onder 2.3 had de vreemdeling ten tijde van de uitspraak van de rechtbank geen belang meer bij een beoordeling van de toepasselijkheid van artikel 64 van de Vw 2000, omdat zij daardoor niet in een betere verblijfspositie kon komen. De rechtbank heeft daarom terecht overwogen dat de vreemdeling geen procesbelang heeft bij de toetsing van de rechtmatigheid van het besluit van 24 juni 2009. Voor zover zij met een beroep op paragraaf C23/2.2.2, aanhef en onder g, van de Vc 2000 beoogt aanspraak te maken op voorzieningen krachtens de Rva 2005, leidt dit niet tot een ander oordeel. Desgewenst kan de vreemdeling een verzoek om verstrekkingen indienen bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. In een dergelijke procedure kan aan de orde worden gesteld of de vreemdeling behoort tot de categorie, bedoeld in artikel 3, derde lid, aanhef en onder g, van de Rva 2005, waartegen zij, indien de beslissing luidt dat zij zich feitelijk niet bevindt in dezelfde situatie, als bedoeld in artikel 64 van de Vw 2000, rechtsmiddelen kan aanwenden.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
