Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2010:BN5481

Raad van State · 18-08-2010 · zaaknummer 201000350/1/V1

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

COa / vergoeding noodzakelijke kosten / 1e fase contra-expertise taalanalyse De eerste fase voor een onder begeleiding van De Taalstudio op te stellen contra-expertise omvat een door hem uit te voeren dossieranalyse en een door hem op te stellen plan van aanpak. Deze fase houdt volgens het COa geen werkzaamheden in die zijn voorbehouden aan een taalkundig geschoold persoon, behoudens de activiteiten die direct zien op het vinden van een linguïst die specifiek deskundig is op het terrein van de taal dan wel talen die kenmerkend zijn voor het door een vreemdeling gestelde herkomstgebied en waarover in de vanwege de minister uitgebrachte taalanalyse is gerapporteerd. In het besluit van 30 juli 2009 heeft het COa zich over laatstgenoemde activiteiten op het standpunt gesteld dat deze niet een afzonderlijke vergoeding rechtvaardigen, maar een logisch begin vormen voor het opstellen van de eigenlijke contra-expertise, die door De Taalstudio als de tweede fase wordt aangeduid. Het COa heeft de kostenvergoeding voor die activiteiten in het bij het besluit van 30 juli 2009 toegekende bedrag van € 800,00 verdisconteerd. Zowel wat betreft de activiteiten die onder de dossieranalyse vallen, als de activiteiten die uit juridische werkzaamheden bestaan, heeft het COa blijkens de Handleiding als vaste gedragslijn dat het de daaraan verbonden kosten niet als noodzakelijke kosten als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Rva 2005 beschouwt. In aanmerking genomen dat eerstgenoemde activiteiten werkzaamheden van feitelijke aard betreffen waarvoor geen specifieke taalkundige kennis is vereist en laatstgenoemde activiteiten tot de taak van de rechtsbijstandverlener van de desbetreffende vreemdeling moeten worden gerekend, kan niet kan worden staande gehouden dat het COa niet in redelijkheid tot deze gedragslijn voor de vergoeding van kosten voor het laten verrichten van een contra expertise taalanalyse heeft kunnen komen. Het rapport van 2 juli 2009 leidt het niet tot een ander oordeel. Het COa heeft zich dienaangaande terecht op het standpunt gesteld dat een contra expertise taalanalyse naar haar aard een reactie is op een in een taalanalyse vervat deskundigenoordeel over de door een vreemdeling gestelde herkomst en het naar aanleiding hiervan vanwege de minister vergaarde feitenmateriaal. In het rapport van 2 juli 2009 is niet onderkend dat een contra expertise dus geen zelfstandige en volledig nieuwe taalanalyse is als ware er geen eerder vergaard feitenmateriaal en evenmin een hierop gebaseerd onderzoek.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.