ECLI:NL:RVS:2010:BM1017
Raad van State · 09-04-2010 · zaaknummer 201001194/1/V3
Inhoudsindicatie
Dublin / Griekenland / interstatelijk vertrouwensbeginsel / NOAS-rapport / door de President van het EHRM gestelde vragen / geen concrete aanwijzingen In het door de vreemdeling ingeroepen NOAS-rapport wordt geconcludeerd dat, als gevolg van ernstige tekortkomingen in het Griekse asielsysteem, asielzoekers in Griekenland een reëel risico lopen op uitzetting in strijd met artikel 3 van het EVRM en dat, gelet op de willekeurige wijze waarop die uitzettingen plaatsvinden, niet kan worden gesteld dat vreemdelingen die in het kader van de Verordening aan Griekenland zijn overgedragen een hogere mate van bescherming genieten dan anderen. Uit het rapport en de daarin genoemde voorbeelden blijkt evenwel noch dat de conclusies daarin mede zijn gebaseerd op ervaringen van in het kader van de Verordening overgedragen asielzoekers, noch dat deze vreemdelingen een risico op uitzetting in strijd met artikel 3 van het EVRM lopen van zodanige aard en omvang dat het als reëel kan worden aangemerkt. Het rapport bevat dan ook geen concrete aanwijzingen dat Griekenland zijn internationale verplichtingen met betrekking tot deze vreemdeling niet zal nakomen. De door de vreemdeling ingeroepen door de President van het EHRM bij brieven van 6 en 9 november 2009 gestelde vragen leveren, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 15 februari 2010 in zaak nr. 200905823/1/V3; www.raadvanstate.nl), geen grond op voor de conclusie dat het EHRM thans van oordeel is dat de omstandigheden in Griekenland aan overdracht in de weg staan. Gelet op het voorgaande klaagt de minister terecht dat hij in het genoemde rapport en de genoemde vragen geen grond heeft hoeven zien om niet aan het interstatelijk vertrouwensbeginsel vast te houden. De rechtbank heeft daarom ten onrechte overwogen dat de minister in het NOAS-rapport en de door de President van het EHRM gestelde vragen aanleiding had moeten zien voor het verrichten van nader onderzoek. De grief slaagt.
Advocaten
- G.M.H. Hoogvliet
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
