ECLI:NL:RVS:2010:BL3890
Raad van State · 05-02-2010 · zaaknummer 200909865/1/V3
Inhoudsindicatie
Vreemdelingenbewaring / voortvarendheid / uitzettingshandelingen niet mogelijk / verbod tot uitzetting Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 30 november 2009 in zaak nr. 200907462/1/V3; www.raadvanstate.nl) wordt aan het vereiste van de voortvarendheid geen afbreuk gedaan indien, gelet op de omstandigheden van het geval, in de periode waarin nog op de asielaanvraag van de desbetreffende vreemdeling moet worden beslist, het verrichten van (verdere) handelingen ter voorbereiding van de uitzetting die daadwerkelijk kunnen bijdragen aan de bespoediging van de feitelijke uitzetting niet mogelijk is. Een vergelijkbare situatie doet zich hier voor. De staatssecretaris heeft, naar uit overweging 2.3.1. blijkt, reeds alle noodzakelijke handelingen ter voorbereiding van de uitzetting verricht. Nu de effectuering van de uitzetting eerst weer ter hand kan worden genomen nadat op het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen zijn ongewenstverklaring is beslist, bestaat onder deze omstandigheden geen grond voor het oordeel dat de staatssecretaris in de door hem te betrachten voortvarendheid te kort is geschoten, omdat sedert de uitspraak waarbij de voorlopige voorziening is getroffen dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet voordat op dat beroep is beslist geen verdere handelingen ter voorbereiding van de uitzetting meer konden worden verricht. Het betoog faalt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
