Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2010:BL0264

Raad van State · 15-01-2010 · zaaknummer 200904260/1/V3

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Voor zover de staatssecretaris klaagt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het uitstellen van het nader gehoor in strijd is met artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000, faalt zijn betoog, reeds omdat in dit artikel geen termijn voor het afnemen van het nader gehoor is gesteld. De staatssecretaris betoogt evenwel terecht dat hij op grond van de door de vreemdeling ingeroepen internationaalrechtelijke bepalingen en het bepaalde bij of krachtens de Vw 2000 niet verplicht is drie maanden met het nader gehoor en de besluitvorming op de asielaanvraag te wachten tot de 'deprogrammering' heeft plaatsgevonden en dat hij evenmin als vaste werkwijze hanteert dat een vreemdeling die in de beschermde opvang is geplaatst, eerst na drie maanden wordt gehoord. De grief kan, gelet op het volgende, evenwel niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Hoewel de staatssecretaris terecht stelt dat het in het algemeen aan de vreemdeling is zijn asielrelaas naar voren te brengen en er geen wettelijke verplichting bestaat bij gebreke van een relaas over mensenhandel de vreemdeling daarnaar te vragen, heeft hij zich, gelet op het voorgaande, in dit geval niet zonder meer op het standpunt kunnen stellen dat de vreemdeling reeds ten tijde van het nader gehoor op 18 februari 2008 in staat was uit eigen beweging een eventueel relaas over mensenhandel naar voren te brengen. Dit geldt te meer nu de staatssecretaris het, gelet op overweging 2.3., noodzakelijk acht vreemdelingen die in de beschermde opvang worden geplaatst, uitdrukkelijk voor te lichten over mensenhandel, uitbuiting en prostitutie. Dat de vreemdeling na afloop van het nader gehoor heeft verklaard alles te hebben verteld wat van belang was voor de beoordeling van zijn aanvraag, kan daaraan in het licht van de brief van 11 maart 2009 niet afdoen. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat zonder nadere motivering niet valt in te zien dat van de vreemdeling reeds tijdens het nader gehoor verwacht mocht worden dat hij, onafhankelijk van een door mensensmokkelaars ingeprent relaas, overeenkomstig de werkelijkheid zou verklaren.

Advocaten

  • W.M. Hompe

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.