ECLI:NL:RVS:2010:BK9641
Raad van State · 06-01-2010 · zaaknummer 200904310/1/V2
Inhoudsindicatie
De Afdeling heeft eerder (uitspraak van 23 juni 2009 in zaak nr. 200808088/1/V1, www.raadvanstate.nl) ten aanzien van artikel 3.74, aanhef en onder a, van het Vb 2000 overwogen dat, nu in dat artikel wordt verwezen naar artikel 21 van de Wet werk en bijstand en aldaar een normbedrag per maand is gesteld, geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat de wetsuitleg van de minister dat maandelijks dat normbedrag moet zijn verworven niet als redelijk kan worden aangemerkt. Nu in artikel 3.74, aanhef en onder d, van het Vb 2000 wordt verwezen naar artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wmm en in dat artikel eveneens wordt uitgegaan van een normbedrag per maand, bestaat, gelet op de overwegingen in voormelde uitspraak, evenmin aanleiding voor het oordeel dat de in 2.1. weergegeven wetsuitleg van de minister niet als redelijk kan worden aangemerkt. Aangezien de inkomensbron van een zelfstandige naar zijn aard verschilt van de inkomensbron van een persoon in loondienst, bestaat reeds daarom geen grond voor het oordeel dat door het toepassen van verschillende inkomenstoetsen een ongeoorloofd onderscheid tussen personen in loondienst en zelfstandigen wordt gemaakt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
