ECLI:NL:RVS:2009:BK8692
Raad van State · 23-12-2009 · zaaknummer 200907502/1/V2
Inhoudsindicatie
Irak / provincie Nineveh / geen situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn / nieuw voornemen / in stand laten rechtsgevolgen In voormeld arrest van 20 januari 2009 heeft het EHRM geoordeeld dat de algemene veiligheidssituatie in Irak niet zodanig is dat er substantiële gronden zijn om aan te nemen dat burgers die naar die dit land worden teruggestuurd louter vanwege hun aanwezigheid aldaar een reëel risico lopen op schending van artikel 3 van het EVRM. Uit de door de vreemdeling overgelegde stukken, in onderlinge samenhang bezien, blijkt niet dat sindsdien een zodanige verslechtering van de veiligheidssituatie in de provincie Nineveh heeft plaatsgevonden dat ten aanzien van de situatie in die provincie ten tijde van de totstandkoming van voormeld besluit tot een ander oordeel zou moeten worden gekomen. De voorzieningenrechter heeft onder die omstandigheden in het door de vreemdeling aangevoerde, waaronder het rapport van de UNHCR, ten onrechte aanleiding gezien het standpunt van de staatssecretaris dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zich ten tijde van belang in de provincie Nineveh de situatie voordeed, beschreven in artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn, en hij op die grond niet in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning krachtens artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 ontoereikend gemotiveerd te achten. Aangezien de staatssecretaris in voormeld besluit ten aanzien van een ander gebied dan in het voornemen heeft beoordeeld of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn, zijn in het voornemen voor het standpunt van de staatssecretaris terzake van die bepaling niet alle dragende overwegingen opgenomen. De staatssecretaris was derhalve gehouden na het uitreiken van het voornemen een nieuw voornemen uit te brengen. Nu hij dat niet heeft gedaan, is het besluit van 26 augustus 2009 in strijd met het ter uitvoering van artikel 3.119 van het Vb 2000 gevoerde beleid genomen. De Afdeling zal het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 26 augustus 2009 gegrond verklaren en dat besluit vernietigen wegens strijd met het ter uitvoering van artikel 3.119 van het Vb 2000 gevoerde beleid. Gezien het hiervoor onder 2.1.4. en 2.2.10 overwogene, zou de uitkomst van het geschil, in het geval de staatssecretaris met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen een nieuw besluit zou nemen, geen andere zijn en de toetsing in rechte kunnen doorstaan. Daarom ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht te bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Advocaten
- G.M.H. Hoogvliet
- S.E.B. den Boer
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
