ECLI:NL:RVS:2009:BK7187
Raad van State · 16-12-2009 · zaaknummer 200909074/1/V3
Inhoudsindicatie
Vreemdelingenbewaring / meer dan twaalf maanden in detentie / ongewenstverklaring / verplichting tot medewerking / zicht op uitzetting / belangenafweging Vaststaat dat de vreemdeling ongewenst is verklaard wegens veroordelingen voor een aantal misdrijven, zodat zijn verblijf hier te lande niet rechtmatig is en op hem de rechtsplicht rust Nederland te verlaten. Die rechtsplicht brengt onder meer met zich dat de vreemdeling actieve en volledige medewerking dient te verlenen aan de inspanningen die de staatssecretaris verricht om terugkeer naar zijn land van herkomst te bewerkstelligen. Uit de stukken blijkt dat daartoe meer vertrekgesprekken met de vreemdeling zijn gevoerd, waarbij hij heeft verklaard geen inspanningen te hebben verricht om zijn identiteit en nationaliteit aan te tonen. Zoals de rechtbank heeft overwogen, heeft de vreemdeling tot op heden geen originele documenten overgelegd die zijn identiteit en nationaliteit aantonen en heeft hij geen contact gezocht met de Marokkaanse autoriteiten. De vreemdeling heeft dan ook niet voldaan aan zijn verplichting tot medewerking, die het verstrekken van concrete en verifieerbare gegevens en bescheiden omvat, waaronder documenten die nodig zijn om de uitzetting te bewerkstelligen en het verrichten van de nodige, controleerbare inspanningen om dergelijke gegevens en bescheiden te verkrijgen. De rechtbank heeft overwogen dat geen grond bestaat voor het oordeel dat zicht op uitzetting ontbreekt, omdat niet valt uit te sluiten dat ook na lange tijd alsnog een laissez passer zal worden afgegeven, het enkele feit dat een eerdere bewaring niet tot uitzetting van de vreemdeling heeft geleid, op zich zelf bezien niet betekent dat geen reëel zicht op uitzetting bestaat en, waar de familie van de vreemdeling voorheen weigerde een verklaring bij de Marokkaanse autoriteiten af te leggen over de namen in het familieboekje en de identiteit van de vreemdeling, de moeder van de vreemdeling bij de Marokkaanse autoriteiten heeft bevestigd dat de vreemdeling haar zoon is. Onder deze omstandigheden, en gelet op de ongewenstverklaring en de criminele antecedenten van de vreemdeling, bestaat, anders dan de rechtbank heeft overwogen, ondanks het feit dat hij op 18 november 2009 meer dan twaalf maanden onafgebroken in vreemdelingenrechtelijke en strafrechtelijke detentie had verbleven, geen grond voor het oordeel dat de staatssecretaris zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat bij afweging van alle betrokken belangen voortzetting van de bewaring gerechtvaardigd is. De grief slaagt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
