ECLI:NL:RVS:2009:BK2240
Raad van State · 30-10-2009 · zaaknummer 200906498/1/V3
Inhoudsindicatie
Dublin-verordening / Italië / interstatelijk vertrouwensbeginsel / 3 EVRM / opvang / procedures Waar de vreemdeling betoogt dat hij bij terugkeer naar Italië het risico loopt te worden blootgesteld aan een behandeling in de zin van artikel 3 van het EVRM wordt overwogen dat de vreemdeling, gelet op de beslissing van het EHRM van 2 december 2008 in zaak nr. 32733/08, K.R.S. tegen het Verenigd Koninkrijk (JV 2009/41), die klacht bij de Italiaanse autoriteiten naar voren moet brengen en zonodig daarna bij het EHRM, zodat hier in beginsel geen taak is weggelegd voor de Nederlandse autoriteiten. Hetgeen de vreemdeling heeft aangevoerd met betrekking tot de opvangmogelijkheden van minderjarige asielzoekers biedt geen grond voor het oordeel dat in Italië in het algemeen geen effectieve rechtsmiddelen tegen een mogelijke schending van artikel 3 van het EVRM kunnen worden aangewend. De fax van de mentor van het AZC Oisterwijk, waaruit blijkt dat navraag is gedaan naar de mogelijkheid om de vreemdeling over te dragen aan een vergelijkbare voogdij-instelling als de stichting Nidos, leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat, anders dan de vreemdeling stelt, daaruit niet blijkt dat er in Italië voor alleenstaande minderjarigen zoals de vreemdeling geen voogdijvoorziening zou kunnen worden getroffen. Ook het rapport van de commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa noopt niet tot afwijking van evenbedoeld uitgangspunt. Voor zover daarin bezorgdheid is geuit ten aanzien van in Italië verblijvende minderjarige vreemdelingen, heeft deze voornamelijk betrekking op jeugdige migranten die, anders dan in het geval van de vreemdeling aan wie -naar hij stelt- een verblijfsvergunning is verstrekt, daar geen asiel vragen en die intentie ook niet hebben. Ook in de interim measures van het EHRM van 12 en 16 juni 2009, waarnaar de vreemdeling heeft verwezen, wordt geen grond gezien voor een ander oordeel, reeds omdat deze niet van een motivering zijn voorzien, zodat daaruit niet kan worden afgeleid of deze betekenis hebben voor andere vreemdelingen en, zo ja, welke betekenis. Dit onderdeel van de grief faalt. Voor zover de vreemdeling heeft betoogd dat de omstandigheden waaronder minderjarige asielzoekers in Italië verblijven niet in overeenstemming zijn met Richtlijn 2003/9/EG en Richtlijn 2005/85/EG dient de vreemdeling ook daarover bij de Italiaanse autoriteiten te klagen. Dit onderdeel van de grief faalt evenzeer.
Advocaten
- M.M. van Asperen
- R. Bosma
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
