ECLI:NL:RVS:2009:BK1633
Raad van State · 15-10-2009 · zaaknummer 200905910/1/V3
Inhoudsindicatie
Vreemdelingenbewaring / inbewaringstelling na mislukte uitzetting / belangenafweging / algemeen belang weegt in dit geval zwaarder Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 14 november 2008 in zaak nr. 200806705/1, www.raadvanstate.nl) dienen bij de belangenafweging bij de oplegging van de bewaring alle relevante omstandigheden, waaronder ook de duur van de eerdere bewaring in een recent verleden en de periode gedurende welke de vreemdeling sinds de opheffing van die bewaring in vrijheid is geweest, te worden betrokken. Dit leidt in het geval van de vreemdeling evenwel niet tot het oordeel dat haar bewaring ten tijde van de aangevallen uitspraak acht maanden had geduurd, omdat de haar op 12 juli 2009 opgelegde maatregel van bewaring, volgend op de mislukte uitzetting, niet aansluitend op de vorige maatregel van bewaring is opgelegd. Bij de belangenafweging voorafgaand aan de inbewaringstelling van de vreemdeling diende de staatssecretaris te betrekken dat de vorige maatregel van bewaring ruim zeven maanden heeft geduurd, dat het tijdsverloop tussen de opheffing van die maatregel en de oplegging van de huidige maatregel gering is en dat niet in geschil is dat de vreemdeling meewerkt aan haar vertrek. Daar staat tegenover dat de vreemdeling niet heeft betwist dat terecht aan haar bewaring ten grondslag is gelegd dat zij niet beschikt over een identiteitspapier als bedoeld in artikel 4.21 van het Vreemdelingenbesluit 2000, en evenmin over een vaste woon- en verblijfplaats en voldoende middelen van bestaan. Nu de staatssecretaris voorts ter zitting van de rechtbank te kennen heeft gegeven dat op 31 augustus 2009 in Guinee een gesprek zal plaatsvinden tussen de DT&V en de Guinese autoriteiten over de mogelijkheden voor een hernieuwde terugkeer van de vreemdeling, bestaat geen grond voor het oordeel dat hij zich bij afweging van alle belangen niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het algemeen belang bij handhaving van de openbare orde zwaarder diende te wegen dan het persoonlijk belang van de vreemdeling bij haar invrijheidstelling. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte geoordeeld dat de toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd was. De grief slaagt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
