ECLI:NL:RVS:2009:BK0436
Raad van State · 09-10-2009 · zaaknummer 200900220/1/V3
Inhoudsindicatie
Intrekking verblijfsvergunning regulier die in rechte vaststaat / artikel 7 van besluit nr. 1/80 kan niet in beoordeling worden betrokken / mvv-vereiste / nieuwe beperkingen / begin van bewijs noodzakelijk De minister klaagt terecht dat de rechtbank niet heeft onderkend dat, anders dan in voormelde rechtbankuitspraak van 22 oktober 2007 waarin de rechtmatigheid van de intrekking van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met terugwerkende kracht in geschil is, in dit geschil heeft te gelden dat de rechtmatigheid van de intrekking van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met terugwerkende kracht als gevolg van de uitspraak van de Afdeling van 13 februari 2007 in zaak nr. 200700248/1 (ter voorlichting van partijen aangehecht) in rechte vaststaat. Aldus bestaat voor de minister geen ruimte om te beoordelen of de vreemdeling drie jaar legaal hier te lande bij een Turkse werknemer heeft verbleven en daarmee de in artikel 7 van besluit nr. 1/80 bedoelde rechten heeft verworven. Voor zover de vreemdeling heeft betoogd dat het met terugwerkende kracht intrekken van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in strijd is met artikel 13 van besluit nr. 1/80, faalt dat betoog. Zoals hiervoor onder 2.3. is overwogen, staat de rechtmatigheid van de intrekking in rechte vast en bestaat in deze zaak geen ruimte voor een hernieuwde beoordeling daarvan. Voor zover de vreemdeling heeft betoogd dat het vereiste om over een mvv te beschikken en de thans geldende vereisten voor het verlenen van een mvv voor het verrichten van arbeid in loondienst moeten worden aangemerkt als nieuwe beperkingen in de zin van artikel 13 van besluit nr. 1/80 faalt het betoog evenzeer. Niet alleen heeft de vreemdeling niet gesteld op welke voor het verrichten van arbeid in loondienst geldende vereisten hij doelt, maar ook heeft hij niet duidelijk gemaakt in hoeverre het vereiste van het beschikken over een mvv en de vereisten voor het verrichten van arbeid in loondienst ten opzichte van de op 1 december 1980 geldende vereisten zijn aangescherpt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
