Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2008:BC9102

Raad van State · 01-04-2008 · zaaknummer 200707513/1

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Turkse werknemer / Associatiebesluit 1/80 / legale arbeid / tijdens gedoogd verblijf verrichtte arbeid / stabiele en niet voorlopige situatie op de arbeidsmarkt De klacht van de vreemdeling dat de rechtbank heeft miskend dat arbeid gedurende gedoogd verblijf als legaal verblijf kan worden aangemerkt beoogt kennelijk aan te sluiten bij het overwogene in punt 30 van het door hem ingeroepen arrest Sevince. In punt 30 van dat arrest heeft het Hof, voor zover thans van belang, overwogen dat het legale karakter van arbeid niet noodzakelijk wordt bepaald door het bezit van een legale verblijfstitel. In de klacht van de vreemdeling ligt derhalve het betoog besloten dat de door hem na 28 oktober 2004 verrichtte arbeid, ondanks het ontbreken van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, niettemin legaal is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van besluit nr. 1/80. In punt 30 van voormeld arrest heeft het Hof echter ook overwogen dat het legale karakter van arbeid veronderstelt dat de situatie van de betrokkene op de arbeidsmarkt stabiel en niet slechts van voorlopige aard is. Derhalve is aan de orde de vraag of de situatie van de vreemdeling op de arbeidsmarkt na afloop van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op 28 oktober 2004 als stabiel en niet-voorlopig moet worden aangemerkt. Niet in geschil is dat het de vreemdeling was toegestaan de beslissing over het verblijfsrecht hier te lande af te wachten, zodat hij van 29 oktober 2004 tot 11 april 2007 rechtmatig verblijf heeft gehad. Uit de rechtspraak van het Hof, als hiervoor onder 2.1.2 weergegeven, volgt dat de vreemdeling zich gedurende deze periode niet in een stabiele en niet-voorlopige situatie op de arbeidsmarkt heeft bevonden, zodat geen sprake is geweest van een niet omstreden verblijfsrecht. De door de vreemdeling na 28 oktober 2004 tijdens zogenaamd gedoogd verblijf verrichtte arbeid kan derhalve niet als legale arbeid, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van besluit nr. 1/80 worden aangemerkt. De door vreemdeling ingeroepen uitspraak van de toenmalige Afdeling rechtspraak van de Raad van State van 8 november 1993, leidt niet tot een ander oordeel, omdat in de situatie, in die uitspraak vermeld, het zogenaamde gedoogd verblijf wel als stabiel en niet-voorlopig in vorenbedoelde zin kon worden aangemerkt.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.