Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2008:BC7780

Raad van State · 13-03-2008 · zaaknummer 200800793/1

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vreemdelingenbewaring / tijdsverloop na eerdere inbewaringstelling / zicht op uitzetting / meermalen in bewaring gesteld / geen bijzondere omstandigheden De rechtbank dient, in het kader van de beoordeling van het nieuwe besluit tot inbewaringstelling, te beoordelen of ten tijde van het opleggen van de nieuwe maatregel sprake is van aanknopingspunten die leiden tot het oordeel dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn thans niet ontbreekt. Zoals onder meer blijkt uit de uitspraken van de Afdeling van 24 oktober 2006 in zaak nr. 200606370/1 (JV 2006/449) en van 27 november 2007 in zaak nr. 200706701/1 (www.raadvanstate.nl), bestaat er geen aanleiding om de redenen voor opheffing van de eerdere bewaring bij de beoordeling van het zicht op uitzetting te betrekken, indien sinds het tijdstip van de opheffing van die eerdere bewaring een zodanig lange periode is verstreken dat, behoudens bijzondere omstandigheden, de feiten of omstandigheden die eerder grond vormden voor het oordeel dat het zicht op uitzetting ontbrak, ten tijde van het opnieuw opleggen van de maatregel van bewaring hun betekenis hebben verloren. Gezien het tijdsverloop van vijftien maanden en drie weken tussen de laatste opheffing van de eerdere vreemdelingenbewaring en de oplegging van de thans ter toetsing voorliggende maatregel, is sprake van een lange periode als hiervoor bedoeld. De omstandigheid dat de vreemdeling meermalen in bewaring is gesteld en de laatste bewaring ruim elf maanden heeft voortgeduurd, is geen bijzondere omstandigheid die leidt tot het oordeel dat de staatssecretaris zich niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat de feiten en omstandigheden die eerder tot opheffing van de bewaring hebben geleid, thans niet in de weg staan aan het aannemen van het zicht op uitzetting. Er bestaat derhalve geen grond voor het oordeel dat de maatregel reeds wegens de reden van opheffing van de eerdere bewaring voor onrechtmatig moet worden gehouden, omdat zicht op uitzetting ook thans ontbreekt. De grief slaagt.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.