Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RVS:2007:BB8878

Raad van State · 21-11-2007 · zaaknummer 200707283/1

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vreemdelingenbewaring / voortvarendheid / tijdsverloop / uitzettingshandelingen Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 16 juli 2007 in zaak nr. 200703728/1, JV 2007/417), verdraagt zich niet met de bij iedere uitzetting vereiste voortvarendheid dat de staatssecretaris in beginsel, ongeacht de in een individuele zaak voorliggende feiten en omstandigheden, een periode van veertien dagen de tijd heeft om met de uitzettingshandelingen aan te vangen. Appellant klaagt terecht dat de rechtbank met de in de grief bestreden overweging niet heeft onderkend dat uit de uitspraak van 16 juli 2007 volgt dat niet zonder meer is voorzien in een termijn van veertien dagen om met de uitzettingshandelingen te beginnen. In de brief van 8 november 2007 heeft de staatssecretaris de uitzettingshandelingen vermeld, die vanaf de dag van de inbewaringstelling van appellant zijn verricht. Op 27 september 2007 is appellant naar de detentieboot te Dordrecht overgeplaatst. Op 5 oktober 2007 zijn de op de zaak betrekking hebbende stukken overgedragen aan de Dienst Terugkeer & Vertrek (hierna: de DT&V). Diezelfde dag is de zaak toebedeeld aan een ambtenaar van deze dienst, die als zogenaamde regievoerder met de behandeling van de zaak is belast. Vervolgens is op 10 oktober 2007 een vertrekgesprek gevoerd, waarbij appellant heeft geweigerd zelf een aanvraag om een laissez-passer in te vullen. Op 11 oktober 2007 is die aanvraag naar de DT&V verzonden, waarna deze op 19 oktober 2007 is ingediend bij de autoriteiten van Sierra Leone. De staatssecretaris heeft in zijn brief niet uiteengezet, waarom het dossier van appellant eerst op de achtste dag na de overplaatsing aan de DT&V is overgedragen. Hoewel niet is gebleken dat in dit geval de staatssecretaris op dit onderdeel van de uitzettingsprocedure niet sneller had kunnen handelen, vormt het tijdsverloop in zijn geheel geen inbreuk op de bij iedere uitzetting vereiste voortvarendheid, zodat geen grond bestaat de voortduring van de bewaring om die reden onrechtmatig te achten. Het beroep op de uitspraak van de Afdeling van 29 augustus 2007 slaagt niet, omdat de staatssecretaris in die zaak niet aannemelijk had gemaakt dat binnen een redelijk te achten periode uitzettingshandelingen waren verricht. Hoewel de klacht terecht is voorgedragen, kan de grief derhalve niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.