ECLI:NL:RVS:2007:BB8868
Raad van State · 21-11-2007 · zaaknummer 200703526/1
Inhoudsindicatie
Griekenland / Dublin / onderzoek door de Europese Commissie / geen categoriaal beschermingsbeleid De enkele stelling met betrekking tot het doen van onderzoek door de Europese Commissie zonder dat bekend is welke aard dat onderzoek heeft en op welke aspecten van de Griekse asielprocedure het betrekking heeft, kan niet worden aangemerkt als een zodanig concreet gegeven dat op grond daarvan moet worden geconcludeerd dat Griekenland de op hem uit hoofde van het Vluchtelingenverdrag en het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM) rustende verplichtingen niet eerbiedigt. Er bestaat derhalve ook in zoverre geen grond voor het oordeel dat de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat aan de asielprocedure in Griekenland zodanige gebreken kleven dat moet worden geconcludeerd dat bij overdracht een risico bestaat dat Griekenland zijn verdragsverplichtingen jegens hem niet zal nakomen. De vreemdeling heeft tenslotte aangevoerd dat, nu Griekenland geen categoriaal beschermingsbeleid voor Irakezen afkomstig uit Centraal Irak kent en het niet ondenkbaar is dat Nederland zal overgaan tot het opnieuw instellen van een dergelijk beleid, hij er alle belang bij heeft zijn asielverzoek in Nederland behandeld te zien. Dat betoog faalt. De staatssecretaris heeft in de mogelijkheid dat in Nederland wordt besloten opnieuw een categoriaal beschermingsbeleid voor Centraal Irakezen te voeren, geen aanleiding hoeven zien het hier te lande door de vreemdeling ingediende asielverzoek met toepassing van artikel 3, tweede lid, van Verordening (EG) 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend aan zich te trekken. Dat Griekenland zodanig beschermingsbeleid niet voert heeft de staatssecretaris evenmin aanleiding hoeven geven het asielverzoek aan zich te trekken, reeds omdat het ontbreken van een zodanig beleid niet betekent dat Griekenland zijn verplichtingen voortvloeiend uit het Vluchtelingenverdrag en het EVRM jegens de vreemdeling niet nakomt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
