ECLI:NL:RVS:2007:BB4264
Raad van State · 19-09-2007 · zaaknummer 200702421/1
Inhoudsindicatie
Ongewenstverklaring / paragraaf B1/2.2.4.4 van de Vc 2000 / uitputtende opsomming / veroordeling tot een geldboete ter zake van een misdrijf Gelet op de bewoordingen van paragraaf B1/2.2.4.4, onderdeel ad c, aanhef en onder tweede gedachtestreepje, kan, anders dan de staatssecretaris betoogt, uit de tekst van de beleidsregel niet worden afgeleid dat daarin geen uitputtende opsomming is gegeven van categorieën van gevallen die bij de toepassing van artikel 67, eerste lid, onder c, van de Vw 2000 moeten worden onderscheiden. De rechtbank heeft terecht vastgesteld dat in de onder paragraaf B1/2.2.4.4, onderdeel ad c, tweede gedachtestreepje, opgenomen beleidsregel een veroordeling tot een geldboete niet is genoemd. Naar blijkt uit de tweede volzin van voornoemde beleidsregel strekt deze ertoe dat in geval sprake is van herhaald plegen van misdrijven aanleiding bestaat tot ongewenstverklaring van de desbetreffende vreemdeling wegens daardoor veroorzaakte overlast. Volgens de eerste volzin van de beleidsregel blijkt het plegen van een misdrijf uit een veroordeling ter zake tot een korte gevangenisstraf of een taakstraf dan wel het aanvaarden van een transactieaanbod. Met de strekking van de beleidsregel en de omstandigheid dat daarin ook het aanvaarden van een transactieaanbod is opgenomen, valt niet te rijmen dat de veroordeling tot een geldboete ter zake van het plegen van een misdrijf geen betekenis zou hebben. Het niet vermelden van de geldboete in de beleidsregel berust derhalve op een kennelijke omissie en die beleidsregel moet aldus worden verstaan dat daaronder, anders dan de rechtbank heeft overwogen, ook veroordeling tot een geldboete ter zake van een misdrijf moet worden begrepen. De in de grief vervatte klacht is aldus terecht voorgedragen, maar kan niet leiden tot het daarmee beoogde doel. Tegen de overweging van de rechtbank dat de vreemdeling ten onrechte niet op zijn bezwaren is gehoord, is geen grief gericht. Deze overweging is voldoende om de beslissing van de rechtbank het beroep gegrond te verklaren en het besluit van 9 februari 2006 te vernietigen, te dragen.
Advocaten
- G.M.H. Hoogvliet
- J. Hemelaar
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
