ECLI:NL:RVS:2007:BB1851
Raad van State · 05-07-2007 · zaaknummer 200700714/1
Inhoudsindicatie
Schrijnend geval / motivering / beoordeling In de grieven klaagt de minister dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat, nu geen algemene criteria zijn geformuleerd voor het toepassen van zijn discretionaire bevoegdheid wegens schrijnendheid van het geval, het besluit van 28 maart 2006 is genomen in strijd met het verbod op willekeur en de eis van stelselmatigheid. De uitspraak van de Afdeling van 21 december 2006 in zaak no. 200605794/1 (www.raadvanstate.nl en AB 2007, 79) laat immers, zo stelt de minister, de mogelijkheid open dat de schrijnendheid van het geval op andere wijze wordt beoordeeld dan aan de hand van vastomlijnde regels. Gelet op het overwogene in de voormelde uitspraak van de Afdeling van 21 december 2006, zijn de grieven terecht voorgedragen. Deze kunnen echter niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak, nu, zoals uit voormelde uitspraak van de Afdeling eveneens volgt, de motivering van het besluit van 28 maart 2006 ten aanzien van de vraag of sprake is van een schrijnend geval waarin met toepassing van artikel 3.4, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 in verblijf van de vreemdeling hier te lande moet worden berust, niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
