ECLI:NL:RVS:2007:BB1418
Raad van State · 13-07-2007 · zaaknummer 200702874/1
Inhoudsindicatie
Procesbelang / ongewenstverklaring / intrekking verblijfsvergunning Ingevolge artikel 67, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 kan de ongewenst verklaarde vreemdeling in afwijking van artikel 8 van die wet geen rechtmatig verblijf hebben. De ongewenstverklaring van appellant duurde ten tijde hier van belang voort. Uit de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2006 in zaak no. 200510434/1 (JV 2006/347) vloeit voort dat appellant geen belang had bij het door hem ingestelde beroep, voor zover gericht tegen het besluit tot ongegrondverklaring van het bezwaar tegen de intrekking van de verblijfsvergunning, aangezien dat nimmer tot rechtmatig verblijf kon leiden. De rechtbank had om die reden dan ook het beroep in zoverre niet-ontvankelijk moeten verklaren.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
