ECLI:NL:RVS:2007:BB1202
Raad van State · 27-07-2007 · zaaknummer 200702991/1
Inhoudsindicatie
Individueel ambtsbericht / zorgvuldigheid / identiteit en hoedanigheid vertrouwenspersoon Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraken van 14 mei 2004 in zaak no. 200400291/1, JV 2004/271 en 16 oktober 2006 in zaak no. 200603287/1, ter voorlichting van partijen aangehecht) kan de omstandigheid dat de identiteit en de hoedanigheid van de vertrouwenspersoon niet blijken uit de aan het ambtsbericht ten grondslag liggende stukken, niet leiden tot het oordeel dat het ambtsbericht niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, reeds omdat deze slechts informatie heeft vergaard en weergegeven en niet de oorspronkelijke bron van informatie is. De omstandigheid, dat de Minister van Buitenlandse Zaken bij het vergaren van informatie voor de individuele ambtsberichten van 28 september en 2 november 2005 gebruikt heeft gemaakt van één vertrouwenspersoon, leidt niet tot een ander oordeel, omdat de rechtbank heeft overwogen dat voorafgaand aan de aanstelling van een vertrouwenspersoon door de Minister van Buitenlandse Zaken wordt vastgesteld dat die persoon onpartijdig en objectief is en appellant geen feiten en omstandigheden heeft aangevoerd ten betoge van de onjuistheid van die overweging. De grief faalt in zoverre.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
