ECLI:NL:RVS:2007:BB0912
Raad van State · 19-07-2007 · zaaknummer 200702240/1
Inhoudsindicatie
Procesbelang / ongewenstverklaring / afwijzing aanvraag verlening verblijfsvergunning / samenloop Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 6 juli 2006, in zaak no. 200510434/1; JV 2006/347), heeft een vreemdeling geen belang bij een beroep tegen een besluit over een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning, zolang deze ongewenst is verklaard, omdat dit beroep nimmer tot rechtmatig verblijf kan leiden. Een ongewenst verklaarde vreemdeling kan in afwijking van artikel 8 immers geen rechtmatig verblijf hebben. Belang bij toetsing in rechte van een afwijzing van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning is bij samenloop daarvan met een besluit, waarbij een vreemdeling ongewenst is verklaard, eerst aan de orde, indien dat laatste besluit wordt herroepen of ingetrokken, dan wel de ongewenstverklaring wordt opgeheven. In dit geval deed zich geen van deze situaties voor. De vreemdeling had derhalve geen belang bij het door hem tegen de afwijzing van de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingestelde beroep. Dat de vreemdeling ongewenst is verklaard in verband met de tegenwerping aan hem van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag in het kader van de afwijzing van zijn asielaanvraag, doet daaraan, anders dan de rechtbank heeft overwogen, niet af. Nu voortduring van de ongewenstverklaring de verlening van de gevraagde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd onmogelijk maakt, kan de vreemdeling de tegenwerping van voormelde verdragsbepaling aan de orde stellen in de door hem tegen de ongewenstverklaring aangespannen procedure. Dat het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag rechtens onaantastbaar wordt indien beoordeling van het daartegen ingestelde beroep achterwege blijft, leidt evenmin tot het oordeel dat de vreemdeling belang heeft bij die beoordeling. Indien zijn ongewenstverklaring is komen te vervallen, kan de vreemdeling de staatssecretaris verzoeken de weigering van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te heroverwegen, dan wel een nieuwe aanvraag om verlening van een zodanige vergunning indienen, waarbij het algemene rechtsbeginsel dat eenzelfde geschil niet ten tweeden male aan de rechter kan worden voorgelegd niet aan toetsing van het daarop te nemen besluit in de weg staat. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank het door de vreemdeling ingestelde beroep ten onrechte niet niet-ontvankelijk verklaard. De grief slaagt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
