ECLI:NL:RVS:2007:BA9131
Raad van State · 29-06-2007 · zaaknummer 200700310/1
Inhoudsindicatie
Ten onrechte nagelaten te beoordelen op zwaarwegendheid bij geloofwaardig geachte feiten Nu de minister heeft erkend dat de geloofwaardig geachte feiten van een negatieve belangstelling van de autoriteiten jegens de vreemdelingen hebben blijk gegeven, heeft hij in de besluiten van 27 maart 2006 ten onrechte nagelaten om te beoordelen of deze feiten voldoende zwaarwegend zijn voor verlening van een verblijfsvergunning op de voet van artikel 29, eerste lid, van de Vw 2000 en heeft hij dus niet kunnen volstaan met een beoordeling van de plausibiliteit van de aan deze feiten ontleende en door de vreemdelingen geuite vermoedens. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat die besluiten in strijd met artikel 3:46 van de Awb zijn genomen. Bij het opnieuw beslissen dient de Staatssecretaris van Justitie de vraag te beantwoorden of de geloofwaardig geachte feiten voldoende zwaarwegend zijn in vorenbedoelde zin.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
