ECLI:NL:RVS:2007:BA5577
Raad van State · 15-05-2007 · zaaknummer 200702510/1
Inhoudsindicatie
Vreemdelingenbewaring / generaal pardonregeling / vaste gedragslijn / verblijf in buitenland Niet in geschil is dat appellant, nadat hij in Nederland was uitgeprocedeerd, op 30 oktober 2006 naar België is gereisd, waar hij een asielaanvraag heeft ingediend. Op 7 maart 2007 is hij door de Belgische autoriteiten overgedragen aan Nederland. Nu aldus vaststaat dat appellant in België heeft verbleven, terwijl zijn verblijf daar zich niet heeft beperkt tot een kort bezoek, is zijn inbewaringstelling niet in strijd met de hiervoor onder 2.1.2 vermelde vaste gedragslijn die de staatssecretaris hanteert bij de beoordeling of in het licht van de nog vast te stellen pardonregeling aanleiding bestaat af te zien van inbewaringstelling van de betrokken vreemdeling. Aan de omstandigheid dat volgens appellant een niet te verwaarlozen kans bestaat dat hij in aanmerking zal komen voor het generaal pardon kan, nog daargelaten dat enig concreet aanknopingspunt voor die verwachting ontbreekt, niet de door appellant gewenste betekenis worden gehecht. Omtrent de criteria die uiteindelijk in de te treffen pardonregeling zullen worden opgenomen, bestaat eerst duidelijkheid nadat die regeling is vastgesteld. De grief faalt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
